donderdag 5 november 2015

Verwerkingsopdracht de Tachtigers - Karakter van F. Bordewijk

Het boek ‘Karakter’ geschreven door F. Bordewijk is een roman uit 1938. Het boek behoort officieel tot de literaire stroming ‘Nieuwe zakelijkheid’, een periode die volgde op het naturalisme. Desondanks bevat het boek ook veel naturalistische kenmerken, waardoor het verleidelijk wordt om het boek ook tot een naturalistisch boek te rekenen.

Het naturalisme was een periode die duurde van 1850-1900, waarbinnen de ‘Tachtigers’ een plaats innemen. Kenmerkend voor de literatuur van de Tachtigers is de vernieuwing van de literatuur en de afkeer tegen de oude wereld. Voorheen was literatuur vooral moraliserend en retorisch, iets waarvoor de Tachtigers zich de rug toekeerden. In deze periode van 1850-1900 werden boeken veel meer geschreven in dagelijks taalgebruik in plaats van het bombastische. Naturalistische schrijvers proberen de situatie zo natuurgetrouw weer te geven en hij gaat ervan uit dat de mens onvrij is en een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding, ook wel te spreken over het determinisme. Tevens is de mens overgeleverd aan krachten die sterker zijn dan hijzelf, het fatalisme. Men gelooft dat er een noodlot is, waar men niet aan ontkomt. Doordat de industriële revolutie ook in dezelfde periode van het naturalisme opkwam, is er ook meer aandacht voor de lagere sociale klasse.

Ten eerste bevat het boek ‘Karakter’ niets moraliserend of retorisch. Het boek is eigenlijk erg realistisch en het geeft goed het dagelijkse leven weer in het oude Rotterdam. Het leven van de hoofdpersoon, Jacob Willem Katadreuffe is goed te volgen in dagelijks taalgebruik. Zinnen zijn kort en begrijpelijk geformuleerd. Dialogen die het boek bevat zijn vaak kort en simpel over alledaagse kwesties. Dit geeft goed een naturalistisch kenmerk van ‘Karakter’ weer.

Het determinisme dat het naturalisme kent, komt ook weer terug in ‘Karakter’. Jacob Katadreuffe is de zoon van Dreverhaven en Jacoba Katadreuffe. Dreverhaven is een man die altijd zijn zin wil hebben en die zin krijgt hij dan ook vaak. Hij is een man van weinig geduld en hij is erg doelgericht. Zijn moeder Jacoba is juist een stille vrouw die niets van haar gevoelens laat zien aan Jacob. Uit het boek blijkt dat Jacobs karakter erg overeenkomt met het karakter van zijn moeder. Ook Jacob is erg stil en hij houdt zijn emoties voor zich. Toch blijkt het karakter van zijn vader ook in hem te zitten, Jacob heeft ambitie om advocaat te worden en vanaf dag één heeft hij dit doel voor ogen gehad. Uiteindelijk bereikt hij dit dan ook. Hieruit blijkt dat Jacob zijn karakter aan zijn beide ouders te danken heeft, hij is letterlijk het product van erfelijkheid.

Jan Maan, een goede vriend van Jacob woont bij Jacoba Katadreuffe in huis. Jan is een arbeider, maar uit het boek blijkt dat hij een goed mens is. Hij zorgt goed voor Jacobs moeder en hij is ook een goede vriend voor Jacob. De schrijver heeft waardering en sympathie voor Jan Maan.

Het fatalisme komt niet helemaal terug in ‘Karakter’, maar toch is het er wel deels in te herkennen. Tijdens het verhaal werkt Dreverhaven zijn zoon, Jacob tegen in alles wat Jacob probeert te bereiken. Dit doet Dreverhaven door zijn zoon driemaal failliet te verklaren, waarbij de derde poging mislukt. Na de faillissementen komt Jacob er door hard werken er weer bovenop en wanneer hij dichtbij zijn doel is om beëdigd te worden als advocaat, werkt ook hier Dreverhaven hem weer (tevergeefs)tegen. Door alle obstakels die Jacob tegenkomt, zou je bijna de indruk krijgen dat dit het ‘noodlot’ van Jacob is. Zijn vader is nu eenmaal Dreverhaven en hij zal altijd proberen Jacob tegen te werken. Toch vindt het fatalisme niet in zijn geheel plaats, aangezien het Jacob wel lukt om advocaat te worden en zo zijn doel te bereiken. Hij heeft het noodlot weten te ontwijken. Desondanks is het fatalistische aspect van het naturalisme er dus wel deels in te herkennen. 


‘Karakter’ van F. Bordewijk is dus een boek met naturalistische kenmerken. Het alledaagse taalgebruik in het boek en de natuurgetrouwe weergave van het leven rond 1900 komt duidelijk naar voren. Het karakter van Jacob Willem Katadreuffe is het product van erfelijkheid afkomstig van zijn beide ouders, waar hij niet aan ontkomt. Bordewijk uit niets negatiefs over arbeiders of de lagere klasse. En bovendien zijn er bepaalde kenmerken van het fatalisme terug te vinden in het boek.