Opdracht 2.
Auctoriale vertelinstatie of ik-vertelinstantie, welke van
de twee krijgt de voorkeur? In De
schilder en het meisje van Margriet de Moor is een auctoriale
vertelinstantie gebruikt en in Een schitterend
gebrek van Arthur Japin is een ik-vertelinstantie gebruikt. Beide zijn
historische romans en als ik de verhalen lees merk ik meteen een verschil in de
sfeer door de manier van vertellen.
Mijn voorkeur gaat uit naar de ik-vertelinstantie zoals deze
gebruikt is in Een schitterend gebrek
van Arthur Japin. Bij een auctoriale vertelinstantie kijk je door de ogen van
een buitenstaander die het verhaal vertelt. Het is interessant om te lezen hoe
de omgeving reageert op de hoofdpersoon, maar je weet zelf niet wat de
hoofdpersoon denkt. Er wordt wel beschreven hoe de hoofdpersoon zich voelt,
maar het is toch anders wanneer je de emoties en gevoelens leest vanuit een
ik-perspectief. Bij een ik-vertelinstantie wordt het verhaal verteld uit het
ik-perspectief en door dit zit je meer in het verhaal, naar mijn mening. Dit
maakt het lezen ook leuker, omdat je je beter kunt inleven in de hoofdpersoon. De sfeer bij de auctoriale vertelinstantie vind ik best algemeen bij De schilder en het meisje.
Ook kan een ik-vertelinstantie verrassingen in het verhaal opleveren. Omdat je altijd leest vanuit de hoofdpersoon, weet je evenveel als de hoofdpersoon. Wanneer de hoofdpersoon iets niet weet of iets verkeerd heeft interpreteert, kan dit voor een verrassende slinger aan het eind van het verhaal zorgen. De hoofdpersoon kan je als het ware op het verkeerde been zetten. Dit geeft het verhaal een spannende sfeer. Bij een auctoriale vertelinstantie heb je dit niet zo, omdat de verteller al weet wat er gebeurt.
Verder wordt er bij het verhaal van Margriet de Moor vooral veel dingen beschreven, zoals kleding, omgeving en mensen. Bij het verhaal van Arthur Japin worden ook wel dingen beschreven, maar dan op de manier dat de hoofdpersoon de dingen ziet. Op de auctoriale verteninstantie worden deze beschrijvingen mij wat te langdradig. De beschrijvingen zijn te duidelijk. Bij de ik-vertelinstantie heb ik dit veel minder, omdat je met de hoofdpersoon meedenkt en het niet eens erg opvalt dat de hoofdpersoon eigenlijk ook dingen beschrijft. De sfeer is hier spannender.
Ook kan een ik-vertelinstantie verrassingen in het verhaal opleveren. Omdat je altijd leest vanuit de hoofdpersoon, weet je evenveel als de hoofdpersoon. Wanneer de hoofdpersoon iets niet weet of iets verkeerd heeft interpreteert, kan dit voor een verrassende slinger aan het eind van het verhaal zorgen. De hoofdpersoon kan je als het ware op het verkeerde been zetten. Dit geeft het verhaal een spannende sfeer. Bij een auctoriale vertelinstantie heb je dit niet zo, omdat de verteller al weet wat er gebeurt.
Verder wordt er bij het verhaal van Margriet de Moor vooral veel dingen beschreven, zoals kleding, omgeving en mensen. Bij het verhaal van Arthur Japin worden ook wel dingen beschreven, maar dan op de manier dat de hoofdpersoon de dingen ziet. Op de auctoriale verteninstantie worden deze beschrijvingen mij wat te langdradig. De beschrijvingen zijn te duidelijk. Bij de ik-vertelinstantie heb ik dit veel minder, omdat je met de hoofdpersoon meedenkt en het niet eens erg opvalt dat de hoofdpersoon eigenlijk ook dingen beschrijft. De sfeer is hier spannender.
Een ik-vertelinstantie heeft dus mijn voorkeur.
Hee,
BeantwoordenVerwijderenJe hebt een goede tekst geschreven en je maakt goed duidelijk wat je vindt.
Ook onderbouw je dit met goede argumenten.
Ik ben het trouwens helemaal met je eens, mijn voorkeur gaat ook naar de ik-vertelinstantie.
Een dingetje viel mij op: 'wordt veel dingen beschreven' moet 'worden veel dingen beschreven zijn'.
Verder vind ik het een hele overtuigende tekst met een goede opbouw.
Maureen