vrijdag 21 februari 2014

Verwerkingsopdracht: “Ik was nooit in Isfahaan” door Tommy Wieringa Beeldopdracht, door Mendy, Daan, Pim, Annamarthe en Sanne (4C)



Wij hebben gekozen voor het maken van een nieuwe omslag voor het boek van Tommy Wieringa. We vonden namelijk de oude omslag niet passend voor het boek, omdat we de lay-out niet mooi vonden. Na het bestuderen van de omslag zagen we dat deze bestond uit drie teksten, een rug en een voor- en achterkant plus titel. We hebben de titel veranderd naar: “Wieringa’s reisverhalen”. Dit hebben we vooral gedaan omdat we vonden dat als we de gehele omslag zouden veranderen, we ook de titel zouden moeten aanpassen. Ook is de titel Wieringa’s reisverhalen veel accurater dan Ik was nooit in Isfahaan. De titel Ik was nooit in Isfahaan, is afgeleid van een gedicht van P.N. van Eyck, waarin de stad Isfahaan metafoor staat voor de dood. Aangezien de dood steeds terugkomt in de verhalen van dit boek van Wieringa, is deze titel wel verklaarbaar. Echter, voordat wij het boek gingen lezen en op de hoogte waren geraakt van het gedicht van Van Eyck konden wij de titel niet plaatsen. Hierom hebben wij dus ook voor een logischere titel gekozen.
Ook de teksten die op de oude omslag stonden hebben wij vervangen. De tekst op de voorkantflap ging over het verhaal Ik was nooit in Isfahaan zelf, de tekst op de achterkant was een korte mening over het boek en de tekst op de achterkantflap was een stukje over Wieringa’s oeuvre.
Allereerst het stukje tekst op de voorflap. Dit is wat wij ervan gemaakt hebben: “Ik was nooit in Isfahaan is het Boekenweekgeschenk waarin Tommy Wieringa met veel fantasie een groot aantal kostelijke anekdotes aan de lezer cadeau doet. Van Syrië tot Egypte, van Frankrijk tot Zwitserland; Wieringa neemt je overal mee naar toe in deze verzameling van verhalen die aandoen alsof ze in een logboek hadden kunnen staan. Met zinnen als deze: "Asgabat is de naar buiten gekeerde geest van een man, een infantiele machtsfantasie, tot marmer versteend narcisme”, wekt hij een sfeer van mysterie, een neiging om verder te lezen, op zoek naar meer.”
Deze tekst geeft duidelijk weer wat je van het boek kunt verwachten, namelijk een aantal vermakelijke verhalen die zich afspelen op verschillende plaatsen, waarbij Wieringa gebruikt maakt van een zeer mooie schrijfstijl. Aangezien dit één van de eerste teksten is die mensen zullen bekijken, als zij het boek willen kopen of lezen, moet deze tekst dus duidelijk, beschrijvend (maar niet te inhoudelijk) en lovend zijn.
De tweede tekst, degene met onze mening, is de volgende geworden: “Deze fascinerende bundel van de veelgeprezen schrijver Tommy Wieringa is een groot plezier om te lezen. Doordat Wieringa gebruik maakt van een groot scala aan mooie, stilistische zinnen beleef je de verhalen alsof je er zelf bij bent. Een waardig Boekenweekgeschenk!”
Aangezien een tekst als deze, die duidelijk bedoelt is om de mogelijke lezer aan te sporen het boek daadwerkelijk te lezen, bovenal lyrisch moet zijn over het boek, is dat precies hoe we geschreven hebben. Natuurlijk is de tekst lichtelijk overdreven door het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden, maar dat is in een geval als dit niet erg, integendeel, hier is het zelfs gepast.
De derde tekst over Wieringa zelf, gaat als volgt: “Tommy Wieringa kreeg in 2002 voor zijn roman Alles over Tristan de Halewijnprijs. Hij brak pas echt door met zijn veelbekroonde roman Joe Speedboot. Deze roman kreeg onder meer in 2006 de Ferdinand Bordewijk Prijs en de eerste Magazijn La Vie en Rose Prijs. Eén zin in dit boek leverde hem ook Tzumprijs van 2006 op:  “De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.” Daarnaast schreef Wieringa nog een verscheidenheid aan andere prachtige boeken, waaronder Caesarion en Dit zijn de namen.”
Deze tekst is niet bijster interessant om te verantwoorden. We hebben een tekst geschreven waarin we precies vertellen welke belangrijke prijzen Wieringa gekregen heeft voor zijn werk. Dat is eigenlijk ook het doel van een tekst over de schrijver, omdat dat de lezer duidelijk moet maken dat hij veel van het boek te verwachten heeft, omdat de schrijver al veel andere bekroonde (dus goede) boeken heeft geschreven.
Dan nu het beeldmateriaal. Op de omslag hebben we drie afbeeldingen geplakt.
De afbeelding op de voorkant is een schilderij van een (Afrikaanse) markt. Hij is geschilderd door Angu Walters en heet “The Village Market”. We hebben dit schilderij gekozen voor op de voorkant, omdat het vrolijk is en meteen doet denken aan verre reizen. Dat heeft niet te maken met één van de verhalen die in het boek Ik was nooit in Isfahaan staan, maar het komt meer door de sfeer die de markt uitademt, die wij vinden passen bij het boek in zijn algemeenheid.
De tweede afbeelding echter, straalt eerder het tegenovergestelde uit van het andere schilderij. Dit schilderij van een oude man (wij vermoeden dat hij een zwerver is) straalt juist terneergeslagenheid, verdriet en melancholiek uit. Dit komt in het boek van Wieringa ook erg vaak voor. De twee afbeeldingen staan op de voor- en achterzijde van het boek, als metafoor voor “de keerzijde van de medaille”. We zijn er bij dit kunstwerk niet achter gekomen wie het gemaakt heeft.
Dan ten slotte de laatste afbeelding op de achterkantflap. Dit is een foto van Tommy Wieringa. We hebben ervoor gekozen ook een foto van Wieringa op te plakken, omdat lezers het fijn vinden een beeld te hebben van de schrijver het boek. Een foto van de schrijver is daarvoor een zeer geschikte oplossing.

Bronnen beeldmateriaal:
Afbeelding voorkant: Angu Walters, The Village Market: http://www.artcameroon.com/the-village-market/

maandag 3 februari 2014

Verwerkinigsopdracht: 'Why I Love This Book' - Het behouden huis, Willem Frederik Hermans

Het boek ‘Het behouden huis’ van Willem Frederik Hermans is een kort, maar bijzonder verhaal dat zich afspeelt in de tijd van de Tweede Wereldoorlog.  Een groep partizanen veroveren een verlaten stadje op de Duitsers en een van hen, een Nederlandse soldaat, installeert zich in een leegstaand landhuis. Echter, heroveren de Duitsers het stadje al gauw en zij nemen het landhuis in beslag. De Duitsers laten de Nederlander ongemoeid, omdat zij hem aanzien als de eigenaar van het landhuis. Maar als vervolgens de echte eigenaar opduikt, ontstaat er een bizarre situatie, met een scherpe en wrede ontknoping. ‘Het behouden huis’ is een echte bestseller voor jong en oud!

Het behouden huis heeft een hoge inzet door de gebeurtenissen die zich in het verhaal afspelen. Het boek leest vlot door de schrijfstijl van Hermans. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor de lezer toch aan het denken wordt gezet over het feit dat de gebeurtenissen van het verhaal, ook in het echt plaatsgevonden kunnen hebben. De hoofdpersoon zit in conflict met zichzelf omdat hij alle mensen wil helpen, maar dit niet altijd kan door zijn positie als partizaan. Zijn keuzes worden constant op de proef gesteld door de gebeurtenissen in het boek.
Het huis zelf is prachtig ingericht met een voortuin. De kledingkasten zitten vol met kleding en het bad levert warm water, wat een bijzondere uitzondering was in die tijd.
De setting van het verhaal wordt tevens tot in de details besproken, overal waar de Nederlandse soldaat heengaat, wordt zijn omgeving wel beschreven. Wat ziet hij, wat voelt hij en wat denkt hij? De hoofdpersoon bezit vaak gemengde gevoelens omdat hij zelf ook verward is door wat er allemaal om hem heen gebeurt of om de handelingen die hij zelf moet verrichten. Achteraf laat hij gebaren achter of in zijn gedachtes is te lezen hoe hij tegenover een onderwerp staat. Deze eigenschappen karakteriseren de hoofdpersoon, wat hem menselijk maakt. Het lot ligt al vast voor de hoofdpersoon; het landhuis waar hij zich in heeft geïnstalleerd, zal niet langer meer alleen zijn terrein zijn door de komst van de Duitsers die de stad heroveren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze gebeurtenis was onvermijdelijk.

Wat men nu nog moeilijk kan voorstellen, maar wat tijdens de Tweede Wereldoorlog voorkwam, waren dode mensen op straat, waar soldaten overheen marcheerden om niet uit de maat te raken.  Het buitensporige komt hierin terug. De hoofdpersoon krijgt het ene conflict na het andere conflict op zijn bord gelegd. Eerst ontdekt hij een gesloten kamer in het huis, dan willen de Duitsers bij hem intrekken, de werkelijke eigenaar van het huis duikt op en vele slachtoffers vallen voor zijn neus. De hoofdpersoon verandert gedurende het verhaal van een eigenwijze soldaat die niet naar zijn kolonel wil luisteren, naar een verbitterde soldaat met enig medeleven.
De Nederlandse soldaat wordt telkens getest op zijn uithoudingsvermogen als partizaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe verbergt hij het feit dat hij Nederlander is, dat hij weet dat de Russen komen en dat hij partizaan is? De lezer wil weten hoe de hoofdpersoon de conflicten oplost en hoe hij omgaat met de doden. De lezer wil steeds meer over de hoofdpersoon te weten komen. Er ontstaat geen echte liefde tussen de lezer en de hoofdpersoon, doordat de gebeurtenissen toch erg heftig zijn en moeilijk voor te stellen in onze huidige tijd, maar de lezer wil wel meer te weten komen over de hoofdpersoon, wat ook een soort band schept.
Het behouden huis vertelt vooral wat de Nederlandse soldaat meemaakt in oorlogstijd en de gebeurtenissen rondom het landhuis. De titel van het boek is simpel, maar vertelt precies genoeg over het verhaal. Het is pakkend, vanzelfsprekend en mysterieus. Willem Frederik Hermans gebruikt metaforen en verwerkt vergelijkingen in het verhaal. Hierdoor krijgt de lezer een nog betere indruk van de situatie in het verhaal. Dit verhaal is uniek, realistisch en heftig en de moeite waard om over na te denken. Gedurende het hele verhaal bouwen de conflicten en de gebeurtenissen zich op tot aan het eind van het boek. De lezer zit zo gedurende het hele verhaal in spanning tot de ontknoping. Het verhaal zelf is kort, maar de spanning die het verhaal met zich meebrengt is lang genoeg om de lezer te laten doorlezen.


Het behouden huis is niet overal even bekend, maar dat zou dit boek wel moeten zijn. Het boek bevat spannende gebeurtenissen, onzekerheden, mooie beschrijvingen en een wrede ontknoping. De lezer is gedurende het hele verhaal in de macht van het boek. Dit boek zet mensen aan het denken. Het behouden huis is dus een echte bestseller. 

dinsdag 5 november 2013

C Verwerkingsopdracht Literatuur

Opdracht 2. 

Auctoriale vertelinstatie of ik-vertelinstantie, welke van de twee krijgt de voorkeur? In De schilder en het meisje van Margriet de Moor is een auctoriale vertelinstantie gebruikt en in Een schitterend gebrek van Arthur Japin is een ik-vertelinstantie gebruikt. Beide zijn historische romans en als ik de verhalen lees merk ik meteen een verschil in de sfeer door de manier van vertellen.

Mijn voorkeur gaat uit naar de ik-vertelinstantie zoals deze gebruikt is in Een schitterend gebrek van Arthur Japin. Bij een auctoriale vertelinstantie kijk je door de ogen van een buitenstaander die het verhaal vertelt. Het is interessant om te lezen hoe de omgeving reageert op de hoofdpersoon, maar je weet zelf niet wat de hoofdpersoon denkt. Er wordt wel beschreven hoe de hoofdpersoon zich voelt, maar het is toch anders wanneer je de emoties en gevoelens leest vanuit een ik-perspectief. Bij een ik-vertelinstantie wordt het verhaal verteld uit het ik-perspectief en door dit zit je meer in het verhaal, naar mijn mening. Dit maakt het lezen ook leuker, omdat je je beter kunt inleven in de hoofdpersoon. De sfeer bij de auctoriale vertelinstantie vind ik best algemeen bij De schilder en het meisje.
Ook kan een ik-vertelinstantie verrassingen in het verhaal opleveren. Omdat je altijd leest vanuit de hoofdpersoon, weet je evenveel als de hoofdpersoon. Wanneer de hoofdpersoon iets niet weet of iets verkeerd heeft interpreteert, kan dit voor een verrassende slinger aan het eind van het verhaal zorgen. De hoofdpersoon kan je als het ware op het verkeerde been zetten. Dit geeft het verhaal een spannende sfeer. Bij een auctoriale vertelinstantie heb je dit niet zo, omdat de verteller al weet wat er gebeurt.
Verder wordt er bij het verhaal van Margriet de Moor vooral veel dingen beschreven, zoals kleding, omgeving en mensen. Bij het verhaal van Arthur Japin worden ook wel dingen beschreven, maar dan op de manier dat de hoofdpersoon de dingen ziet. Op de auctoriale verteninstantie worden deze beschrijvingen mij wat te langdradig. De beschrijvingen zijn te duidelijk. Bij de ik-vertelinstantie heb ik dit veel minder, omdat je met de hoofdpersoon meedenkt en het niet eens erg opvalt dat de hoofdpersoon eigenlijk ook dingen beschrijft. De sfeer is hier spannender.
Een ik-vertelinstantie heeft dus mijn voorkeur.  

dinsdag 8 oktober 2013

Erik of het kleine insectenboek



Voor deze opdracht heb ik samengewerkt met Iris Visser en Isabelle Busman.

Beschrijving:
Voor dit schilderij van de Wollewei in het kamertje van Eriks grootmoeder Pinksterbloem, hebben wij ons laten inspireren door Erik of het kleine insectenboek. In hoofdstuk 1 beschrijft Erik het schilderij namelijk als volgt:


Het bezat eigenlijk helemaal geen naam, doch Erik had het bij zichzelf ‘Wollewei’ gedoopt, omdat men er witte schaapjes zag grazen in een groene weide. In de verte leunde een oude herder op zijn staf, en een kleine herdersjongen blies op een koperen hoorn. Doch wat Erik het mooist vond van dit schilderij, was dat de schilder er met eindeloos geduld alle insecten op geschilderd had die men maar mogelijk bedenken kon: rupsen en kevertjes kropen over de takken van de bomen, kleine spinnen weefden er hun web, dikke hommels droegen honing aan, en vlak tegen de onderlijst aan lag een enorm slakkenhuis. Dat moest wel zo groot zijn, omdat het vooraan lag, begreep Erik. In het gras, rechts onderaan, kronkelde een worm, en een doodgravertje stond er belangstellend naar te kijken alsof hij zich afvroeg welke kant het zou opgaan. Mieren waren er ook: zij holden ijverig tussen de afgevallen bladeren door elkander heen, maar Erik kon niet zien wie of er nu een had en wie niet. ‘Nu misschien is het daar ook te donker voor, besloot hij, en bleef met zijn handen over zijn hoofd het schilderij bekijken.’ 

dinsdag 1 oktober 2013

Theorie 1, verwerkingsopdracht 1.




C Verwerkingsopdracht 1. 


Alle boeken die tot nu toe in de module zijn verschenen, op een rijtje gezet:

- Red ons, Maria Montanelli - Herman Koch
- Vast - Ton Anbeek
- Joe Speedboot - Tommy Wieringa
- Het moest maar eens gaan sneeuwen - Tjitske Jansen
- De zonnewijzer - Maarten 't Hart
- Een hart van steen - Renate Dorrestein
- Het diner - Herman Koch


Red ons, Maria Montanelli 
door: Herman Koch 
De omslag van Red ons, Maria Montanelli vind ik erg clean ogen en rustig. Op de omslag staan alleen  een paar oude gympen en de achtergrond is opvallend blauw gemaakt. Wat ik mooi vind is dat de gympen duidelijk naar voren komen door het lege blauwe achtergrond. Het fragment uit Red ons, Maria Montanelli gaat over een tienerjongen op de middelbare school met een grote mond. De gympen symboliseren de jongen doordat normaal tieners ook vaak op oude gympen lopen. Het boek zal zeker opvallen in de boekhandel. 


Vast
door: Ton Anbeek

De titel van het boek is bijzonder weergegeven, de letters zijn driedimensionaal en tegelijk stellen de letters inrichtingen voor. Dit past helemaal bij het verhaal, aangezien de hoofdpersoon in een inrichting zit. Door het rode achtergrond steken de letters goed af waardoor het opvalt. Door de omslag en de titel van het boek is het denk ik wel te verwachten waar het verhaal over gaat. De titel 'Vast' en de vormgeving van de letters (in de vorm van inrichtingen) is erg duidelijk. Ik denk wel dat de kaft er leuker uitgezien had kunnen hebben.


Joe Speedboot
door: Tommy Wieringa

Uit de omslag kan ik niet goed opmaken waar het verhaal over zou kunnen gaan. Op de omslag staat een jongen met zijn rug naar je gekeerd en hij heeft een sinaasappel op zijn schouder. Ik vind het leuk dat er een echte foto gebruikt is op de omslag, maar ik vind het jammer dat de foto niet veel zegt over het boek. Het voegt weinig toe aan de titel. Maar misschien dat dit allemaal duidelijk wordt wanneer je het verhaal hebt gelezen.  Voor nu vind ik het boek niet erg uitnodigend om te lezen, omdat het gewoonweg zeer moeilijk is om via de omslag te achterhalen waar het boek overgaat. 


Het moest maar eens gaan sneeuwen
door: Tsjitske Jansen

De omslag vind ik wel iets grappigs hebben, maar het heeft niet veel met de titel te maken.  De letters zijn wel duidelijk weergegeven en ik denk zeker wel dat mensen dit boek even zullen oppakken in de boekhandel. Ik vind het leuk weergegeven maar vraag me wel af wat het te maken heeft met de titel van het boek/gedichtenbundel. 









De zonnewijzer
door: Maarten 't Hart

 Deze omslag vind ik erg mooi. Het oogt wat klassiek en ouderwets wat ik wel leuk vind. Op de omslag staan bloemen die uitgedroogd zijn. In het fragment uit de module was te lezen dat een van de hoofdpersonen aan een zogenaamde zonnesteek zou zijn gestorven. Ik denk dat de omslag hier ook mee te maken heeft, vandaar de uitgedroogde bloemen. Dit boek zou ik zeker oppakken in de boekhandel!







Een hart van steen
door: Renate Dorrestein

 Deze omslag vind ik erg bijzonder. Op de omslag zijn de benen van een kind te zien. In het fragment uit de module was er ook uit op te maken dat kinderen een belangrijke rol in het verhaal spelen. Ik vind het mooi dat dit terugkomt in de omslag. De letters zijn ook mooi weergegeven, de titel is cursief gedrukt. Deze omslag nodigt zeker uit tot lezen!







Het diner
door: Herman Koch 

 Deze omslag lijkt erg veel op Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch. Ook hier is de blauwe achtergrond te zien. Op de omslag is een bord met een kreeft te zien als maaltijd. Er is duidelijk een verband te zien met de titel en de omslag. Ik vind het leuk dat deze omslag lijkt op het andere boek van Herman Koch, omdat het meteen duidelijk is dat dit boek door dezelfde schrijver is geschreven. Maar het kan ook misleidend zijn, omdat deze boeken verder niets gemeen hebben, het is namelijk geen serie. 






Uiteindelijk spreekt de omslag van De Zonnewijzer van Maarten 't Hart mij het meest aan. De omslag is erg mooi en het maakt nieuwsgierig. Ik denk dan ook dat mensen dit boek snel zullen oppakken in de boekhandel door de titel en de omslag. Ik vind het zelf erg uitnodigend om te lezen! 

dinsdag 17 september 2013

Vragenlijst

Vraag 1
Bekijk de volgende uitspraken. Geef per uitspraak aan wat het meest op jou van toepassing is. Zet een kruisje in het juiste vakje.
uitspraak
1 = past helemaal niet bij mij
2 = past niet bij mij
3 = past bij mij
4 = past helemaal bij mij.
Lezen vind ik niet leuk en ik lees niet veel. Het lezen van boeken voor volwassenen vind ik helemaal niet prettig. Als ik al iets lees dan lees ik het liefste boeken met veel drama en actie erin.

X


Lezen vind ik niet heel erg leuk, maar ook niet heel vreselijk. Ik lees niet graag dikke boeken. Ik heb wel boeken gelezen, maar die zijn niet voor volwassenen geschreven. Ik houd erg van boeken die gaan over voor mij herkenbare situaties.
X



Ik heb boeken gelezen voor volwassenen en ik begreep ze ook. Uit mezelf zou ik niet zo snel kiezen voor een dik boek. Ik vind het prettig als boeken gaan over maatschappelijke of psychologische vraagstukken zodat ik er lekker over kan discussiëren.
X



Ik vind het niet zo belangrijk hoe dik een boek is. Het is voor mij niet zo belangrijk of de gebeurtenissen in een boek ook al in mijn leven gebeuren of kunnen gebeuren. Ik vind het juist interessant om me dan te verdiepen in die gebeurtenissen. Ik heb boeken gelezen van (bekende) auteurs (voor volwassenen.)



X
Ik heb al behoorlijk veel boeken gelezen van (bekende) auteurs (voor volwassenen.) Wat ik leuk vind aan lezen is het uitzoeken van de achtergronden bij de teksten. Mij maakt het helemaal niet uit hoe dik een boek is. Ik heb ook al oude teksten gelezen en ik vond dat niet zo moeilijk.

X





Ik heb echt veel gelezen van Nederlandse auteurs en van de wereldliteratuur. Het lezen van boeken is voor mij belangrijk omdat het me helpt de werkelijkheid vorm te geven. Ik kan gemakkelijk verbanden leggen binnen de tekst maar ook buiten de tekst. Lezen is iets dat ik (bijna) dagelijks doe en ik praat (en lees) graag over boeken met mensen die er veel verstand van hebben.


X


Vraag 2.
Welke boeken las je het laatst voor de lijst? Noteer je antwoorden in de juiste  volgorde.

Titel
auteur
Uitgelezen in: (maand – jaar)
Boek 1 (meest recent)
Kinderjaren
Jona Oberski
Juni- 2013
Boek 2 (iets minder recent)
Het jaar dat de zigeuners kwamen
Linzi Gläss
April- 2013
Boek 3 (langst geleden)
Uitgespeeld
Mel Wallis de Vries
Februari- 2013

Vraag 3.
Bepaal de schrijfstijl in je laatst gelezen boeken. Omcirkel ja of nee in elke cel.

Gewone taal, gemakkelijk te begrijpen
Niet zo gemakkelijk te begrijpen stijl
Literaire stijl.
Moeilijke literaire stijl
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (iets minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee





Vraag 4.
Je laatst gelezen boeken en de inhoud. Over de personages en de inhoud van de boeken die ik het laatst voor mijn lijst gelezen heb, kan ik zeggen dat:

Ze helemaal passen bij mijn leven
Ze niet helemaal passen bij mijn leven maar dat ze wel te maken hebben met dingen die me bezig houden
Ze niet zo goed passen bij mijn leven en gaan ook niet echt over dingen die me bezig houden.
Ze erg ver af staan van mijn leven.
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (iets minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

Vraag 5.
Je laatst gelezen boeken en de verhaallijn. Als ik de boeken die ik het laatst voor mijn lijst heb gelezen omschrijf,  dan kan ik zeggen dat:


De verhaallijn niet wordt onderbroken en dat er veel dingen achter elkaar gebeuren. Als de verhaallijn wel wordt onderbroken dan vind ik dat nogal vervelend.
De verhaallijn wel wordt onderbroken maar ik hem gemakkelijk terug kan brengen.
De verhaallijn wordt onderbroken en moeilijker is terug te brengen naar het oorspronkelijke verhaal, ik dat juist prettig vind.
Het verhaal op verschillende manier valt uit te leggen; daardoor is het voor mij lastig om de rode draad van het verhaal weer terug te halen.
Er zoveel betekenislagen in het verhaal zitten dat het terugbrengen van een rode draad erg moeilijk is.
Boek 1 (meest recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 2 (minder recent)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Boek 3 (langst geleden)
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

Vraag 6 .
Je laatst gelezen boeken en de verwerkingsopdrachten

Boek 1
Boek 2
Boek 3
A. Kan ik een verhaalfragment samenvatten
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

B. Kan ik iets vertellen over de hoofdpersonen en wat er met hen gebeurt
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

C. Kan ik wat er met de hoofdpersonen gebeurt verbinden met het thema van het boek
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

D. Kan ik verschillende 'verhalen' binnen het verhaal ontwarren
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

E. Kan ik iets vertellen over de verhaaltechniek die de schrijver heeft gebruikt en hoe die techniek het verhaal beïnvloedt
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee

F. Kan ik vertellen of het boek een rol speelt in de werkelijkheid en ook waarom dat zo is
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee


Slotopdracht.
Leg de door jou gegeven antwoorden naast de niveau-omschrijvingen die vermeld staan in het overzicht ‘lezen voor de lijst’. Bepaal vervolgens je lezersniveau en kies een literair werk dat bij dit niveau hoort. Lees enkele hoofdstukken en bepaal vervolgens of je daadwerkelijk op het juiste niveau bent ingestapt. Wanneer blijkt dat het boek te moeilijk voor je is (je komt niet ‘in’ het verhaal), kies dan een boek uit de lijst één niveau lager. Vind je het boek te gemakkelijk (flauw verhaal, te kinderachtig, te voorspelbaar), kies dan een niveau uit de lijst één niveau hoger.

Ik denk dat ik leesniveau 3 heb, omdat ik lezen een leuke bezigheid vind en ik denk dat de omschrijving van leesniveau 3 het beste bij mij past. Ik heb een brede interesse voor boeken en vind het wel leuk om na te denken over het verhaal in een boek. Fictieve boeken vind ik leuk om te lezen, omdat je tijdens het lezen weg kunt van de werkelijkheid en je kunt verdiepen in de fictieve wereld van het verhaal. Maar realistische boeken vind ik ook interessant om te lezen, omdat je de realiteit en het verhaal met elkaar kunt vergelijken.

Boeken die mij aanspreken:
- Een hart van steen, Renate Dorrestein
- De tweeling, Tessa de Loo