zaterdag 2 januari 2016

Balansverslag

1) Welke literaire boeken spraken je bijzonder aan en waarom? Geef voorbeelden en argumenten.

- Siegfried
Ik vond dit boek erg bijzonder, omdat het over de Tweede Wereldoorlog en Hitler gaat. Adolf Hitler is een persoon die echt heeft bestaan en die iedereen kent. Het boek speelt hierop in door Hitler ineens een zoon te geven ‘Siegfried’. Ondanks het feit dat het boek echt over de oorlog gaat, is het boek geen typisch oorlogsverhaal. Het boek probeert Hitler ‘begrijpelijk’ te maken door Siegfried.  

- Hersenschimmen
Ik vond Hersenschimmen erg bijzonder om te lezen, doordat je het verhaal ziet door het perspectief van een dementerende persoon. Daarbij zie je heel goed hoe snel en hoe erg de dementie wordt naarmate het verhaal vordert. Zo worden de zinnen aan het eind van het verhaal steeds korter en onduidelijker, wat op de dementie van de hoofpersoon wijst.

- Noodlot
Noodlot vond ik leuk om te lezen, doordat het verhaal zo dramatisch is. Ik had nooit eerder een boek gelezen dat in deze categorie te plaatsen is. Ook doordat het verhaal af en toe wisselt van perspectief, maakt het boek leuk om te lezen. De lezer is op de hoogte van de gedachtes van de personages, maar de personages zelf hebben geen idee van het denken en doen van de ander. Zo hebben Eve en Frank geen idee tot waartoe Bertie in staat is om hen uit elkaar te drijven. Later wordt Bertie door Frank in elkaar geslagen met fatala gevolgen. Bertie had dit ook nooit kunnen verwachten van zijn beste vriend.


2) Welke literatuurlessen zijn belangrijk voor je geweest? Om welke redenen? 

De literatuurlessen hebben veel bijgedragen aan het beter begrijpen van Nederlandse literatuur. Het klassikaal lezen van Karel ende Elegast tijdens de lessen bijvoorbeeld. Dit heeft mij echt geholpen bij het beter begrijpen van het verhaal en verschillende symbolen. Dit geldt ook voor het gezamenlijk lezen van passages uit Max Havelaar. Zonder deze lessen was het lezen van de verhalen toch echt een stuk lastiger.


3) Welke ervaring(en) met literatuur hebben absoluut weestand opgeroepen? Hoe verklaar je die weerstand? Wanneer je bijvoorbeeld iets saai vond, kwam dat volgens jou door een gebrek aan kwaliteit van de schrijver of door jouw manier van lezen?

Het boek ‘Ik was nooit in Isfahaan’ sprak mij totaal niet aan. Dit komt doordat het boek een bundel is van verschillende korte verhalen. Persoonlijk houd ik hier niet van.


4) Ben je in de loop van de tijd dat je met literatuur bezig was er anders naar gaan kijken? Probeer die ontwikkeling bij jezelf vast te stellen. Geef voorbeelden van wat je nu beter kunt. Kijk voordat je je antwoord formuleert nog eens terug naar je leesautobiografie.
Ik ben wel anders gaan kijken naar literatuur.

Ik kan veel beter bepaalde verbanden in boeken leggen, die bijvoorbeeld betrekking hebben op de geschiedenis. Ook ben ik door de jaren heen beter de betekenissen van een verhaal gaan begrijpen. De achtergrond van de auteur over waarom hij of zij een bepaald boek heeft geschreven, interesseert mij nu ook heel erg. Dit is iets waarbij ik eerder nooit echt stilstond.


5) Loop je blog nog eens door en stel vast waarmee je uiteindelijk al dan niet tevreden kunt zijn, waar het gaat om je aanpak bij het werkproces en je studievaardigheden. Geef voorbeelden. Met welke werkvormen kon je goed uit de voeten, met welke niet? Waarom?

Ik heb gemerkt dat de creatievere opdrachten sowieso erg leuk waren om uit te voeren. Bijvoorbeeld de verwerkingsopdracht bij Karel ende Elegast, waarbij het verhaal in een modern jasje gestoken mocht worden. Ook de opdracht bij Ik was nooit in Isfahaan en Erik of het kleine insectenboek waren leuk, doordat je met beeld mocht werken.
Ook het schrijven van recensies of leesverslagen gaat vaak ook goed.
De verwerkingsopdracht bij de Tachtigers vond ik daarentegen wel lastiger om uit te voeren. Het zoeken naar bepaalde kenmerken in een verhaal was soms lastig. Dit komt doordat veel kenmerken op verschillende manieren te interpreteren zijn.
Over het algemeen kan ik zeggen dat opdrachten waarbij je vrijer bent met je eigen inbreng, me beter afgaan dan opdrachten waarbij je in een boek moet zoeken naar bepaalde elementen.


6) Welke plaats denk je dat de literatuur in het vervolg van je leven te kunnen geven?

Ik ben zeker van plan in de toekomst ook boeken te blijven lezen. Veel boeken die ik heb gelezen hebben me in ieder geval een beter inzicht gegeven in onderwerpen als oorlog en emoties.


7) Welk advies heb je voor je literatuurdocenten?


De lessen worden leuk gegeven, wat natuurlijk heel positief is. Over de opdrachten van het leesdossier heb ik wel iets op te merken: het vormen van leesgroepjes is misschien niet erg praktisch, aangezien iedereen een boek zelf op eigen tempo leest. Het is dan moeilijk om met elkaar te kunnen overleggen over het gelezen boek. Misschien kunnen leerlingen in het vervolg gewoon zonder leesgroepje de verwerkingsopdrachten maken. 

dinsdag 29 december 2015

Leesverslag: Godenslaap - Erwin Mortier

Algemene informatie
Erwin Mortier, Godenslaap
Amsterdam, Uitgeverij de Bezige Bij
oktober 2008, eerste druk
406 pagina's

Genre
Oorlogsroman, ontwikkelingsroman, psychologische roman.

Samenvatting
Helena Demont loopt tegen de honderd en blikt al schrijvend terug op haar veelbewogen leven. Ze groeide op in een stad in België aan de rivier, samen met haar homoseksuele broer Edgard. Haar vader is eigenaar van een aantal winkels in de stad. Haar moeder komt oorspronkelijk uit Artesië in Noord-Frankrijk. Ieder jaar trekt het gezin naar Frankrijk om daar de zomermaanden door te brengen in het ouderlijk huis van de moeder. Aan het einde van de zomer in 1914 is het niet mogelijk terug te keren naar huis vanwege het uitbreken van de oorlog. De vader van het gezin verblijft in de stad. Helena groeit op tot jonge vrouw in de jaren tussen 1914 en 1918, vlak achter de frontlinies. Ze leert een Engelse oorlogsfotograaf kennen met wie ze later in het huwelijk treedt. Ze krijgen samen een dochter.
De relatie van Helena met haar moeder is problematisch, evenals later die met haar dochter. De verschrikkingen van de oorlog en de ontluikende liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vooral omdat Matthew Herbert haar meeneemt op zijn tochten naar het front, waar hij fotoreportages maakt van de vernielde dorpen en verlaten slagvelden. De broer van Helena besluit zich aan te melden voor militaire dienst. Hij raakt in de oorlog ernstig gewond. Naast de mijmeringen van Helena komt de lezer nu en dan wat meer te weten over haar hedendaagse wereld, waarin ze thuis zit en verzorgd wordt door een jonge Vlaams-Marokkaanse vrouw, Rachida.


Verwachtingen
Ik had hoge verwachtingen van het boek vanwege de goede waarderingen en het winnen van de literatuurprijs in 2009. Desondanks heb ik goed nagedacht of ik wel aan het boek moest beginnen, aangezien het mij bekend was dat Godenslaap veel ingewikkelde stijlfiguren en lange zinnen bevat. Uiteindelijk kan ik zeggen dat ik zeker geen spijt heb van mijn beslissing om Godenslaap toch te gaan lezen.

Thema
Het boek bevat naar mijn idee meerdere thema’s, waarvan het grootste thema de manier moet zijn, waarop de oorlog invloed heeft gehad op het leven van Helena Demont. 

Motieven
De dood is een veel terugkomen motief in Godenslaap. Vrijwel elk personage waarover Helena verteld, is al gestorven. Ook zijn er veel mensen gesneuveld tijdens de oorlog.
De oorlog zelf vormt ook een motief in het verhaal. Helena blikt telkens terug in het verleden en wisselt af met gedachtes van het heden. De terugblikken gaan vooral over de periode van de oorlog, waardoor oorlog telkens weer terugkomt in het verhaal.
Homoseksualiteit vormt ook een motief. De broer van Helena, Edgar Demont is homo. Dit blijkt uit meerdere gedachtes van Helena die af en toe terugkomen gedurende het verhaal.
Helena schrijft het verhaal van haar leven en haar gedachtes zelf telkens op in een notitieboek. Hierdoor vormt schrijven ook een belangrijk motief.
Tenslotte is fotografie ook een belangrijk motief. De man van Helena, meneer Herbert maakte zeer veel foto’s toen ze samen jong waren. Dit doet hij tijdens de oorlog, maar ook na de oorlog nog steeds.

Setting, perspectief, open plekken e.d.
Godenslaap bevat een duidelijk ‘ik- perspectief’ als vertelinstantie. Deze ik-persoon is Helena Demont, een zeer oude vrouw die terugblikt op haar leven middels allerlei terugblikken en haar gedachtes. De setting van het boek is vermoedelijk een verzorgingstehuis of het huis van mevrouw Demont in Vlaanderen, waarin ze voornamelijk verzorgd wordt door haar verzorgster, Rachida. Gedurende het verhaal vinden er veel terugblikken plaats, waarvan deze grotendeels plaatsvinden tijdens de Eerste Wereldoorlog in België en Noord-Frankrijk.

Het boek vertelt niet altijd wat er met bepaalde dingen of personen is gebeurd. Een van de grootste open plekken moet wel het einde van het boek zijn, waarin Helena Demont gaat slapen, nadat Rachida haar een verhaaltje heeft verteld. Het boek laat de lezer zelf fantaseren over het einde van het boek. Persoonlijk denk ik dat Helena aan het eind van het boek sterft, nadat Rachida haar een verhaal heeft verteld.

Oordeel
Godenslaap vond ik een mooi en bijzonder boek om te lezen. Tijdens de terugblikken had ik ook echt het gevoel samen met haar terug te blikken op haar verleden. Het boek neemt je dan ook goed mee. Wel vond ik het lastig om in het begin er echt goed in te komen. Het boek begint namelijk meteen met een van Helena’s gedachtes met allerlei beeldspraak:

“Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen. Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste de tweede. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood.”

Zodra ik door het begin van het boek was, begreep ik het begin ook beter en las het boek ineens stukken beter weg. Toch blijft het boek wel ingewikkeld doordat er veel stijlfiguren gebruikt worden en je goed moet blijven opletten of je nu een terugblik aan het lezen bent, of dat het verhaal zich nu weer in het heden afspeelt.

Beoordeling
Godenslaap is naar mijn idee een mooi boek. Ik kan het iedereen aanraden die van psychologische romans houdt. Het boek switcht tussen verleden en heden door de gedachtesprongen van de hoofdpersoon.

De hoofdpersoon is een bejaarde vrouw. De gedachtes van haar blijken uit het boek niet altijd slechts gedachtes. De hoofdpersoon heeft vaak niet door dat wat ze zelf denkt, ze ook werkelijk hardop zegt, aangezien haar verzorgster Rachida haar ook kan horen. Dit geeft goed weer dat de hoofdpersoon een bejaarde vrouw is, wat de manier van schrijven erg interessant maakt. Dit komt duidelijk naar voren in de volgende passage:

"Ik ben ook blij.....ze bedenkelijk, ze lacht." blz. 11-12



Tenslotte vind ik het mooi dat de schrijver het boek een open einde heeft gegeven, waardoor de lezer de kans krijgt om over het boek na te denken en over de hoofdpersoon.  

Al met al kom ik tot de volgende beoordeling op de oordeelbalk:






Bronvermelding
http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/g/godenslaap/ 
http://www.dwb.be/uitgave/2009/2/dead-men-walking/sven-vitse/er-zijn-te-veel-woorden-erwin-mortier-oog-oog-met-een-obs 


zaterdag 19 december 2015

Verwerkingsopdracht de Tachtigers


Het boek ‘Noodlot’ van de Nederlandse schrijver Louis Couperus is een naturalistische roman uit 1890. Het naturalisme was een periode die duurde van 1850-1900, waarbinnen de ‘Tachtigers’ een plaats innemen. Kenmerkend voor de literatuur van de Tachtigers is de vernieuwing van de literatuur en de afkeer tegen de oude wereld. Voorheen was literatuur vooral moraliserend en retorisch, iets waarvoor de Tachtigers zich de rug toekeerden. In deze periode van 1850-1900 werden boeken veel meer geschreven in dagelijks taalgebruik in plaats van het bombastische. Naturalistische schrijvers proberen de situatie zo natuurgetrouw weer te geven en hij gaat ervan uit dat de mens onvrij is en een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding, ook wel te spreken over het determinisme. Tevens is de mens overgeleverd aan krachten die sterker zijn dan hijzelf, het fatalisme. Men gelooft dat er een noodlot is, waar men niet aan ontkomt.

Noodlot bevat typische kenmerken van het naturalisme. Als eerste de personage Bertie, een oude kameraad van Frank Westhove. Frank is een welvarende man en Bertie heeft niets. Bertie leeft van alles wat Frank hem te bieden heeft. Het leven is zo erg makkelijk voor Bertie, tot op het moment waarop Eve Rhodes haar intrede doet als Frank’s geliefde. Bertie is erg jaloers en hij weet dat zodra Frank en Eve werkelijk gaan trouwen, Bertie niet meer bij Frank kan leven en dat hij dus zelf weer voor zichzelf moet gaan voorzien in alles. Om dit te verhinderen onderneemt Bertie allerlei dingen om de twee geliefden uit elkaar te drijven. Desondanks weet Bertie dat hij fout bezig is, maar hij kan zichzelf niet stoppen. Hierin komt het determinisme in terug. Bertie is niet vrij, want hij heeft geen keuze in zijn doen en laten.

Ook het feit dat Bertie uit een arm milieu komt en daar voor altijd in blijft hangen wijst op het determinisme. Hij klimt niet omhoog op de sociale ladder, maar hij blijft arm en leven op de kosten van zijn beste vriend Frank. Het lijkt er dus op dat Bertie met zijn afkomst en milieu bepaald wordt door het determinisme.

Tenslotte is het boek erg natuurgetrouw weergegeven in combinatie met een noodlot. In plaats van een ‘happy end’, eindigt het boek dramatisch. Dit maakt het boek realistischer en dus natuurgetrouwer. Het noodlot speelt een zeer grote rol in het boek. Vanaf het begin af aan probeert Bertie zijn noodlot te veranderen en bij Frank te kunnen blijven door de relatie tussen Frank en Eve te verbreken. Even lukt het Bertie om weer alleen samen met Frank verder te leven, maar uiteindelijk komen Frank en Eve achter al Bertie’s  daden, waardoor Bertie toch niet aan zijn noodlot ontkomt. Het noodlot is zelfs zo erg, dat Bertie vermoord wordt door Frank.


Noodlot van Louis Couperus is dus een naturalistische roman door de vele naturalistische kenmerken die het boek bevat. Het determinisme is erg duidelijk in het verhaal te herkennen en ook het noodlot speelt een enorm grote rol. 

donderdag 5 november 2015

Verwerkingsopdracht de Tachtigers - Karakter van F. Bordewijk

Het boek ‘Karakter’ geschreven door F. Bordewijk is een roman uit 1938. Het boek behoort officieel tot de literaire stroming ‘Nieuwe zakelijkheid’, een periode die volgde op het naturalisme. Desondanks bevat het boek ook veel naturalistische kenmerken, waardoor het verleidelijk wordt om het boek ook tot een naturalistisch boek te rekenen.

Het naturalisme was een periode die duurde van 1850-1900, waarbinnen de ‘Tachtigers’ een plaats innemen. Kenmerkend voor de literatuur van de Tachtigers is de vernieuwing van de literatuur en de afkeer tegen de oude wereld. Voorheen was literatuur vooral moraliserend en retorisch, iets waarvoor de Tachtigers zich de rug toekeerden. In deze periode van 1850-1900 werden boeken veel meer geschreven in dagelijks taalgebruik in plaats van het bombastische. Naturalistische schrijvers proberen de situatie zo natuurgetrouw weer te geven en hij gaat ervan uit dat de mens onvrij is en een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding, ook wel te spreken over het determinisme. Tevens is de mens overgeleverd aan krachten die sterker zijn dan hijzelf, het fatalisme. Men gelooft dat er een noodlot is, waar men niet aan ontkomt. Doordat de industriële revolutie ook in dezelfde periode van het naturalisme opkwam, is er ook meer aandacht voor de lagere sociale klasse.

Ten eerste bevat het boek ‘Karakter’ niets moraliserend of retorisch. Het boek is eigenlijk erg realistisch en het geeft goed het dagelijkse leven weer in het oude Rotterdam. Het leven van de hoofdpersoon, Jacob Willem Katadreuffe is goed te volgen in dagelijks taalgebruik. Zinnen zijn kort en begrijpelijk geformuleerd. Dialogen die het boek bevat zijn vaak kort en simpel over alledaagse kwesties. Dit geeft goed een naturalistisch kenmerk van ‘Karakter’ weer.

Het determinisme dat het naturalisme kent, komt ook weer terug in ‘Karakter’. Jacob Katadreuffe is de zoon van Dreverhaven en Jacoba Katadreuffe. Dreverhaven is een man die altijd zijn zin wil hebben en die zin krijgt hij dan ook vaak. Hij is een man van weinig geduld en hij is erg doelgericht. Zijn moeder Jacoba is juist een stille vrouw die niets van haar gevoelens laat zien aan Jacob. Uit het boek blijkt dat Jacobs karakter erg overeenkomt met het karakter van zijn moeder. Ook Jacob is erg stil en hij houdt zijn emoties voor zich. Toch blijkt het karakter van zijn vader ook in hem te zitten, Jacob heeft ambitie om advocaat te worden en vanaf dag één heeft hij dit doel voor ogen gehad. Uiteindelijk bereikt hij dit dan ook. Hieruit blijkt dat Jacob zijn karakter aan zijn beide ouders te danken heeft, hij is letterlijk het product van erfelijkheid.

Jan Maan, een goede vriend van Jacob woont bij Jacoba Katadreuffe in huis. Jan is een arbeider, maar uit het boek blijkt dat hij een goed mens is. Hij zorgt goed voor Jacobs moeder en hij is ook een goede vriend voor Jacob. De schrijver heeft waardering en sympathie voor Jan Maan.

Het fatalisme komt niet helemaal terug in ‘Karakter’, maar toch is het er wel deels in te herkennen. Tijdens het verhaal werkt Dreverhaven zijn zoon, Jacob tegen in alles wat Jacob probeert te bereiken. Dit doet Dreverhaven door zijn zoon driemaal failliet te verklaren, waarbij de derde poging mislukt. Na de faillissementen komt Jacob er door hard werken er weer bovenop en wanneer hij dichtbij zijn doel is om beëdigd te worden als advocaat, werkt ook hier Dreverhaven hem weer (tevergeefs)tegen. Door alle obstakels die Jacob tegenkomt, zou je bijna de indruk krijgen dat dit het ‘noodlot’ van Jacob is. Zijn vader is nu eenmaal Dreverhaven en hij zal altijd proberen Jacob tegen te werken. Toch vindt het fatalisme niet in zijn geheel plaats, aangezien het Jacob wel lukt om advocaat te worden en zo zijn doel te bereiken. Hij heeft het noodlot weten te ontwijken. Desondanks is het fatalistische aspect van het naturalisme er dus wel deels in te herkennen. 


‘Karakter’ van F. Bordewijk is dus een boek met naturalistische kenmerken. Het alledaagse taalgebruik in het boek en de natuurgetrouwe weergave van het leven rond 1900 komt duidelijk naar voren. Het karakter van Jacob Willem Katadreuffe is het product van erfelijkheid afkomstig van zijn beide ouders, waar hij niet aan ontkomt. Bordewijk uit niets negatiefs over arbeiders of de lagere klasse. En bovendien zijn er bepaalde kenmerken van het fatalisme terug te vinden in het boek.  

donderdag 11 juni 2015

Leesverslag Hersenschimmen – J. Bernlef


Titel: Hersenschimmen
Auteur: J. Bernlef
Uitgave: te Amsterdam, 1984
Aantal pagina’s: 166
Genre: psychologische roman

Samenvatting

Maarten Klein, een oude man woont samen met zijn vrouw Vera en hond Robert in Gloucester. Samen hebben ze twee kinderen die in Nederland wonen. Maarten merkt dat hij steeds vergeetachtiger wordt. In het begin gaat het slechts om onschuldige dingen als het vergeten van de tijd of het vergeten van onschuldige dingen in het dagelijkse leven. Langzaamaan begint Maarten steeds meer te piekeren over zijn vergeetachtigheid en hij begint steeds belangrijkere dingen te vergeten, die een normaal mens niet zo snel vergeet, zoals de naam van zijn vrouw. Hij begint steeds erger te dementeren en hij haalt het verleden en het heden door elkaar. Vera maakt zich ondertussen steeds meer zorgen en ze schakelt Dokter Eardly in en uiteindelijk een hulp in huis: Phil Taylor. Maarten blijft al deze nieuwe mensen ondertussen verwarren met andere personen. Wanneer Maarten weer zo in de war is, wordt hij geïnjecteerd om rustig te worden. Uiteindelijk wordt Maarten naar een inrichting gebracht. Deze nieuwe omgeving maakt hem helemaal in de war en zijn gedachten raken in de knoop. Het boek eindigt vervolgens met het bezoek van een vrouw (Vera) die hij niet herkent. Ze vertelt hem dat het weer lente wordt.

Verwachtingen

Hersenschimmen is een bekend boek, waarvan ik altijd al eens iets over heb gelezen en gehoord. Het leek me erg interessant om een boek met een psychologische achtergrond te gaan lezen. Zodoende ben ik begonnen in Hersenschimmen.
Mijn verwachtingen van het boek waren positief. Ik verwachtte veel beschrijving van gedachten en de mogelijkheid om je in te kunnen leven in een dementerende persoon. Het boek leek me erg interessant om te lezen.

Motieven

De winter is een belangrijk motief in het boek. Het boek speelt zich af tijdens de winter en Maarten heeft duidelijk een hekel aan de winter. Zijn vergeetachtigheid verwijt hij dan ook aan de winter. Maarten heeft ook nog vele herinneringen aan de oorlog, waarin de winter ook steeds terugkeert.
In het verhaal duikt een bijzonder boek telkens op. “Our man in Havana” geeft weer hoe erg zijn vergeetachtigheid wordt. Wanneer hij het voor de eerste keer ziet, weet hij niet dat het boek van hem is, maar hij kent de details van het boek wel. Na het boek meerdere malen te zijn tegengekomen, wordt het duidelijk dat hij steeds minder dingen over het boek nog weet.
Tenslotte is taal ook een belangrijk motief. Maartens geheugen verslechtert steeds meer en hij begint de taal door de war te halen. Hij praat in zichzelf en hij haalt Engels en Nederlands door elkaar. Gedurende het boek wordt dit steeds erger en komt dit steeds terug.

Thema

Ziekte is het belangrijkste thema van dit verhaal. Het begint onschuldig, maar langzaam maar zeker neemt de ziekte het leven van Maarten over. Hij kan niet meer normaal functioneren doordat hij belangrijke dingen vergeet. Zijn naasten herkent hij niet meer en hij kan het verleden en het heden niet uit elkaar houden. De ziekte beïnvloed bovendien niet alleen Maartens leven, maar ook het leven van zijn vrouw, Vera. Het boek laat ook zien hoe moeilijk het voor Vera is dat haar eigen man haar niet meer herkent.

Beoordeling

Hersenschimmen heeft geen ingewikkeld taalgebruik. Het boek leest erg vlot en het boek is geschreven vanuit de belevenis van de hoofdpersoon, Maarten Klein. In het einde van het boek, waarin Maarten bijna alles vergeet, wordt de schrijfstijl erg interessant. De auteur geeft de korte gedachtes weer die door Maartens hersenen flitsen ook in het boek alsof de gedachtes door het boek flitsen. Naarmate het boek eindigt worden de gedachtes steeds sneller en de lezer krijgt in de gaten dat de hoofdpersoon steeds sneller zijn gedachtes weer vergeet. De volgende fragmenten geven een impressie van deze weergave:

Rond het begin van het verhaal:
Blz.76: “Ik leg de krant over het boek op Vera’s stoel en doe de gordijnen dicht. Dan zet ik de televisie aan. Ik luister en kijk naar de vlotte modieus gekapte vrouwen en mannen van het NBC-nieuws, druk gebarend achter hun desk. Ik begrijp alles wat ze zeggen. Ik kan alles volgen. Ja, het moet een kleine beroerte geweest zijn, een hele lichte. Ik vertel het Vera niet, ze zou zich maar zorgen maken.”

Deze gedachte is erg duidelijk en het bevat nog een relatie.
In het eind van het verhaal is het duidelijk dat zijn gedachtes in de knoop zitten:

Blz. 165: “en iemand zegt… fluisterend…de stem van een vrouw en je luistert…je luistert met gesloten ogen…luistert alleen maar naar haar stem die fluistert…dat het raam is gemaakt…dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd…dat daar nu weer glas zit…glas waar je doorheen kunt kijken…naar buiten…het bos in en de lente die bijna begint…zegt ze…fluistert ze…de lente die op het punt staat te beginnen…

Tijd

Het verhaal speelt zich gedurende eind winter af en het verhaal eindigt zo rond de komst van de lente. Dee vertelde tijd is dus vrij kort. Het boek bevat enorm veel flashbacks, weergegeven in herinneringen van Maarten. Heden en verleden wisselen elkaar regelmatig af.

Ruimte

Het verhaal speelt zich af in Gloucester in de Verenigde Staten. Binnen Gloucester verschilt de ruimte nog weleens. Meestal speelt het verhaal zich af in het huis van Vera en Maarten, maar dit kan wisselen met het strand en op het eind van het verhaal de inrichting.

Eindoordeel

Hersenschimmen is een bijzonder boek dat de lezer in zijn greep heeft. Het boek laat je nadenken en beleven hoe dementie zich kan ontwikkelen. Vanuit het perspectief van Maarten kun je lezen hoe hij de dingen die tegen hem gezegd worden opvangt. Dit is erg interessant. Ook door het vrij makkelijke taalgebruik leest het boek vlot, wat het lezen ook prettig maakt. Bovendien bevat het boek een enigszins open einde, waardoor de lezer zelf aan het denken gezet wordt. Dit geeft het verhaal ook een mysterieus accent.
Het enige nadeel voor mij is dat de kinderen van Vera en Maarten nooit fysiek voorbij zijn gekomen in het boek. Dit had ik wel leuk gevonden. Er wordt slechts over hen verteld in herinneringen.
Het boek bevat inderdaad, naar verwachting, vele beschrijvingen van gedachtes en het heeft me een goed kijkje gegeven in de ogen van een dementerend persoon met alle situaties er rondom. Al met al kom ik tot onderstaand eindoordeel op de oordeelbalk:


0

10

Bronvermelding:

  • http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/61735-boekverslag-hersenschimmen.html
  • http://www.scholieren.com/boekverslag/46933
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Hersenschimmen
  • http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/h/hersenschimmen/

donderdag 4 juni 2015

Betoog Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij door Multatuli

Max Havelaar van Multatuli, ook wel bekend met de ondertitel ‘De koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij’ is een bekende Nederlandse literaire klassieker dat tijdens de Romantiek geschreven werd door Multatuli, een pseudoniem van Douwes Dekker. Hij schreef Max Havelaar als een aanklacht tegen het misbruik van het cultuurstelsel, tegen herendiensten, en tegen plichtsverzuim door Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië. Tot Dekkers frustratie werd het werk als zodanig niet serieus genoeg genomen, maar het boek maakte van Multatuli meteen een bekende schrijver.

De Romantiek was een literaire stroming die ongeveer de eerste helft van de 19e eeuw in beslag nam. De Romantiek wordt vaak gezien als reactie op de Verlichting, doordat men het rationalisme en de wetenschap opzij zette en daarvoor in de plaats meer op gevoel gingen vertrouwen. Romantici waren niet tevreden met de politieke situatie toentertijd en zij probeerden  deze werkelijkheid dan ook te ontvluchten  door  terug te gaan naar het verleden,  het gevoel, de natuur, de fantasie, de intuïtie en het onverklaarbare en raadselachtige[1]Ook het exotische in vreemde landen speelden een grote rol tijdens de Romantiek.  Deze genoemde factoren spelen grote rollen in Romantische literatuur. Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij van Multatuli is representatief voor de Romantische literatuur.

Ten eerste brengt de titel van het boek een duidelijk Romantische literaire kenmerk met zich mee. Multatuli had verschillende redenen om voor de ondertitel te kiezen. Tijdens de 19e eeuw was het zeer gebruikelijk om een ondertitel te gebruiken en deze is gebruikt om de ironie van Multatuli naar voren te brengen. De lezer werd op het verkeerde been gezet en bleef met de vraag zitten of dit werk wel of geen fictie was. Zelfs Droogstoppel wordt erdoor misleid, aangezien hij schrijft dat het boek de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij zal gaan heten, een onderwerp zeer interessant voor hem.  Hij ontdekt gaandeweg dat het boek daar niet over gaat, maar tegen die tijd is hij al diep in het boek verstrikt. Ook lijkt het erop alsof Multatuli de lezer een keuze geeft een titel te kiezen. Is de lezer het eens met Max Havelaar en van mening dat er verandering moet komen, of wordt er voor de Handelmaatschappij gekozen, waarbij de Javaan wordt onderdrukt en uitgebuit?

Een ander duidelijke reden dat aangevoerd kan worden is het feit dat de natuur en het exotische een belangrijke rol speelt. De vlucht naar het exotische in het buitenland verwijst naar kenmerken van de Romantiek. Het grootste gedeelte speelt zich af in het buitenland, namelijk Nederlands-Indië. Het verhaal beschrijft de omgeving met de wildernis en de natuur. Een ander deel van het boek speelt zich af in Amsterdam. Hierdoor steekt de wilde natuur en het exotische extra af tegen het stadse. De natuur en het exotische in het buitenland was een belangrijk kenmerk van de Romantiek. De natuur komt erg duidelijk terug in hoofdstuk 17, waarin Saïdjah en Adinda een grote rol spelen in het verhaal. Ze hebben afgesproken bij de klappa-boom bij het djati-bos en Saïdjah zingt een lied:

“… Op de Klappa-boom. Hij stijgt, daalt, dartelt links en rechts. Hij draait om de boom…”
“….ik zit alleen bij het djati-bos…”

Tenslotte kan men niet ontkennen dat Havelaar een romantisch persoon is. Hij wilde zich wilde verzetten tegen de situatie in Nederlands-Indië. Deze ontevredenheid is typerend voor de Romantiek. In plaats van wegvluchten wilde Multatuli opstaan. Multatuli, gepersonifieerd als Max Havelaar wordt benoemd tot assistent-resident van Lebak en de situatie daar is heel slecht. Er heerst veel corruptie en armoede, inwoners worden uitgebuit en onderdrukt. Havelaar ziet zijn benoeming tot assistent-resident als een kans om Lebak te verbeteren en hij wil strijden voor rechtvaardigheid. Hij is een echte doorzetter en wil de situatie niet opgeven. In het eind van het boek neemt Multatuli (of beter gezegd, Douwes Dekker) het verhaal over van alle andere vertellers en hij schrijft een brief aan koning Willem III over de publicatie van zijn boek. Multatuli wilde gelezen worden, zodat lezers de situatie beter konden inzien.

Ondanks dat ik van mening ben dat Max Havelaar tot Romantische literatuur behoort, is er wel een reden te bedenken waarom het boek niet tot Romantiek zou kunnen behoren. Doordat het boek de maatschappelijke werkelijkheid zo duidelijk weergeeft, namelijk de situatie in Nederlands- Indië, zou men kunnen denken dat het boek tot het Realisme wordt gerekend. Het Realisme wordt juist gezien als een reactie op de Romantiek. Toch blijf ik van mening dat Max Havelaar duidelijk tot Romantische literatuur behoort.

Max Havelaar van Multatuli behoort dus tot de Romantische literatuur. De titel en ondertitel wijzen duidelijk op Romantische kenmerken. De natuur en het exotische in buitenland wordt sterk aangehaald gedurende het verhaal, wat zich kenmerkt voor de Romantiek. Bovendien is de hoofdpersonage, Max Havelaar zelf een romantische personage door verandering te willen inbrengen in de maatschappij.

Het boek is een echte aanrader voor lezers die geïnteresseerd zijn in de Nederlandse geschiedenis en zich willen inleven in de situatie vanuit verschillende perspectieven. Het boek biedt hier een goede mogelijkheid voor, doordat het verhaal bekeken wordt vanuit verschillende kanten en het door zoveel vertellers verteld wordt. Het boek zal echter niet erg interessant zijn voor lezers die meer van spannende boeken houden, aangezien het boek vooral in het begin moeilijk is om doorheen te komen en daarom wat saai kan zijn.

zaterdag 16 mei 2015

Betoog van Een reis door het Apenland door J.A. Schasz M.D.

‘Een reis door het Apenland’ door J.A. Schasz M.D. is een satire en tegelijkertijd een imaginair reisverhaal uit de 18e eeuw. Het verhaal wordt verteld door een reiziger die door vreemde omstandigheden in het Apenland terechtkomt. De lezer leest als het ware een reisverslag van het Apenland waarin de inwoners, de apen, mensen voorstellen.  Het reisverhaal werd een populair genre tijdens de Verlichting, waardoor mensen thuis kennis konden nemen van de buitenwereld.

De Verlichting was een tijd waarin men streed tegen religieuze en politieke onderdrukking. Doordat het verhaal geschreven is in een tijd waarin Nederland verwikkeld was in politieke twisten tussen patriotten en orangisten, is het verhaal hierop gebaseerd. Het hoofdthema van het verhaal is hoogstwaarschijnlijk ‘de ontmaskering van het schijn-Patriottisme’, waaraan direct toe te voegen is de ‘verdeeldheid onder de patriotten’. ‘Een reis door het Apenland’ van J.A. Schasz is representatief voor de Verlichtingsliteratuur om de volgende redenen.

Ten eerste is het duidelijk dat het verhaal een satire betreft, een genre waarin de kritiek op de samenleving geuit wordt. Dit is iets wat voorheen nog nooit verschenen zou worden. Het Apenland slaat op de Nederlandse maatschappij in de 18e eeuw. In het verhaal ontstaat er een kwestie over het niet of wel afhakken van de staarten van de apen. Hierbij ontstaan er verschillende leidersgroepen die de apen klakkeloos volgen. Dit terwijl het juist belangrijk werd gevonden tijdens de Verlichting om kritisch te blijven en niet de leiders klakkeloos te volgen. ‘Een reis door het Apenland’  geeft dit duidelijk weer in het verhaal met alle consequenties van dien, namelijk wanneer de apen spijt krijgen na de beslissing.

Ten tweede is er een duidelijk sociaalmaatschappelijk systeem te zien in Apenland. Alle inwoners, de apen, zijn niets meer dan een nummertje. Dit is erg opmerkelijk, de apen hebben geen namen of iets dergelijks. De Apenhoofden hebben de laagste nummers, wat aangeeft dat zij het belangrijkst zijn. Tijdens de Verlichting wilden de burgers zelf ook betrokken raken bij politiek en een grotere rol gaan spelen in de maatschappij. Door het gebruik van nummertjes komt dit extra naar voren dat de mensen allemaal gelijk zijn, dat de burgerij betrokken wilde worden bij het bestuur en dat elk mens een individu is.

Ten slotte past ‘Een reis door het Apenland’ goed in de Verlichting doordat het verhaal ook onder het genre ‘imaginair reisverhaal’ valt. Dit genre was erg populair tijdens de Verlichting, waarin de mens de mogelijkheid kreeg in aanraking te komen met buitenlandse gebieden. Verlichtingsidealen werden hiermee overgebracht door middel van een moraal. In het verhaal komt dit moraal duidelijk naar voren, namelijk dat men zelf moet denken en geen kuddegedrag moet vertonen.

Ondanks dat ‘Een reis door het Apenland’ naar mijn mening nog steeds duidelijk binnen de Verlichting is te plaatsen, is het wel opvallend dat het rationeel denken van de Verlichting niet helemaal aangemoedigd lijkt te worden in dit verhaal. In het eerste hoofdstuk van het verhaal is dit zichtbaar: ‘Door lang delibereren, alles verloren’. De hoofdpersoon komt hier voor de keus te staan wie hij moet redden van verdrinken: de dienstmaagd, de hond, zijn paard of zijn vrouw. Hij overweegt elke keus heftig en hij blijft erover twisten:

 ‘Aldus twistte ik meer dan een uur met mijzelf zonder te besluiten. Eindelijk stond ik op en liep naar de waterkant met het voornemen om de eerste, die mij een poot of een hand, een kop of een hoofd toestak, te helpen.’

Tot zijn grote verbazing zijn alle vier zijn dierbaren echter al verdronken door het lange denken. Dit wijst er dus op dat rationeel denken niet altijd de oplossing is, waarover men het wel eens was tijdens de Verlichting.


Kortom ‘Een reis door het Apenland’ is een verhaal dat binnen de Verlichting valt te plaatsen. Het verhaal betreft een satire, het verhaal gaat over betrokkenheid en gelijkheid in de maatschappij en bovendien is het verhaal ook een imaginair reisverhaal, allemaal kenmerken van de Verlichting. Ik zou het boek van harte aanbevelen aan lezers die van een kort verhaal houden met humor en fantasie en die geïnteresseerd zijn in het denken van de Verlichting. 

dinsdag 10 februari 2015

Renaissance verwerkingsopdracht

Schilderkunst

1.      In weelde siet toe (ca. 1670) -Jan Steen

Beschrijving schilderij

Er is een huishouden afgebeeld met een moeder die aan het slapen is (links), een losbandig echtpaar in het midden en kinderen die ieder hun eigen gangetje gaan. De kinderen maken muziek/lawaai en pakken zomaar dingen uit kastjes. Ook lopen er dieren los rond in het huis: links een hond op tafel, rechts een varken en in het midden staat een eend op de schouder van een man. Bovendien is het een puinhoop in het huis. Er heerst totaal geen orde in het huishouden, alles is ontregeld.

Normen en waarden, exempla contraria

In dit schilderij wordt er gebruikgemaakt van exempla contraria. Er wordt een ontregeld huishouden afgebeeld met alle gevolgen van dien. De mand aan het plafond voorspelt dat het niet goed gaat aflopen met dit gezin. In de mand bevinden zich een kruk, roe en een leprozenklepper. Het gezin staat straf, ziekte en armoede te wachten. Rechts brandt er een haardvuur, terwijl er niemand in het huis aanwezig is. Dit wijst op verspilling. De kruik op de voorgrond is naar voren gericht. Dit wijst op seksuele ontvankelijkheid. Met dit schilderij probeerde Jan Steen de mensen te beleren. Het is belangrijk het huishouden onder controle te krijgen en kinderen een goede opvoeding mee te geven.

Overeenkomst Bredero

In de liederen van Bredero wordt ook gebruikgemaakt van exempla contraria: de liederen gaan over gebeurtenissen die uiteindelijk een slechte afloop hebben. Het publiek wordt aangespoord bepaald gedrag achterwege te laten. Hierbij ging het om een dagelijkse setting. Dit is ook precies waar dit schilderij van Jan Steen over gaat: een dagelijkse gebeurtenis wordt weergegeven met alle gevolgen van dien.

 

2. Het oestereetstertje ( ca.1660) – Jan Steen

 

Beschrijving schilderij

Op dit schilderij staat een jonge vrouw met een fluwelen jas. De aanschouwer kijkt naar het schilderij door een raam. Ze draagt een diadeem en heeft roodkleurig haar. Op de tafel voor haar liggen oesters, een afgekloven brood en een schaal en een kan. Het tafelkleed op tafel is blauw. Achter het meisje staat haar bed met gesloten gordijnen en achter staat de keukendeur open. In de keuken staan een man en een vrouw nog meer oesters te bereiden.

Normen en waarden, exempla contraria

‘Het oestereetsteretje’  geeft de jonge vrouw weer als seksuele verleiding. Het meisje kijkt verleidend uit het raam. De aanschouwer wordt door het meisje uitgenodigd de liefde te bedrijven. Op de achtergrond staat immers het bed. Het rode haar van het meisje staat symbool voor een heks: het meisje heeft vast geen schone lei gehad. De oester wordt ook gezien als opwekker van seksuele lust. Het feit dat de oester geopend is, wijst op het oproepen van verlangen bij een man om met het meisje naar bed te gaan. Wellicht heeft Jan Steen het meisje uitgebeeld als prostituee. Dit schilderij heeft een moralistische bedoeling en wil men waarschuwen voor de gevaren van vrouwenlust en wellust.


Overeenkomst Bredero

In de werken van Bredero worden eveneens als in schilderijen van Jan Steen exempla contraria gebruikt om het publiek te beleren.  Bijvoorbeeld in het werk 'De klucht van de Molenaer' wordt naar voren gebracht dat de boer niet vreemd moet gaan met een logée afkomstig uit de stad. Hetzelfde principe wordt gebruikt voor het schilderij van Jan Steen waarin hij het publiek beleert door hun het gevaar te tonen van de vrouwenlust.  Net als het werk van Bredero wordt duidelijk gemaakt dat de mannen zichzelf moeten beschermen voor de vrouwenlust, omdat ze hier anders spijt van krijgen.

3.  Het dronken paar (1655-1665)- Jan Steen

Beschrijving schilderij

Op het schilderij is een dronken paar te zien. De vrouw is achterover in slaap gevallen tegen een lallende man aan. Op de achtergrond staan muzikanten grijnzend te kijken naar de persoon die de jas van de dronken man steelt, die niets door heeft. Op de voorgrond staat een kat. Boven de dronken man hangt een poster met een uil, een kaars en een bril met daaronder de tekst:  "Wat baeter kaers of bril als den uijl niet sien en wil", wat betekent: "wat heb je aan een kaars of aan een bril, als je zo blind bent als een uil?".  

Normen en waarden, exempla contraria

De uil stond symbool voor wijsheid, maar ook voor domheid en dwaasheid (omdat de uil duisternis verkiest boven licht). In dit schilderij slaat de uil duidelijk op het dronken paar. Dronkenschap werd gezien als nationale zonde in de 17e eeuw. Vele predikanten waren ervan overtuigd dat dronkenschap leidde tot onkuisheid. Op het schilderij is ook een open bed te zien, wat hier ook mee te maken kan hebben. Dit schilderij geeft het gedrag weer van een dronken man, die door zijn domme gedrag niet doorheeft wat er om hem heen gebeurt. Steen maakt hier eveneens gebruik van exempla contraria: men wordt aangespoord dit gedrag van dronkenschap achterwege te laten.

Overeenkomst Bredero

In het lied 'Boerengezelschap' van Bredero komen twee groepen plattelandsjongeren voor. Ze gaan flink stappen en worden dronken. Door hun dommige gedrag, omdat ze teveel hebben gedronken, komen ze in een ellendige situatie terecht. De vrolijke stemming verdwijnt en heeft een dodelijke afloop. Bredero ging er vanuit dat het publiek slimmer was dan de personages uit het lied en wilde hen gedragshandelingen tonen die tegen de waarden van het publiek ingingen om hen te beleren. Hij maakte  dus wel gebruik van exempla contraria. Het schilderij van Jan Steen heeft dezelfde boodschap. Deze twee werken zijn dus zeker overeenkomstig met hun moraal.


zondag 11 januari 2015

Verslag leesgroepje - De wandelaar van Adriaan van Dis

Verwachtingen
De verwachtingen van het boek waren hoog. De lay-out sprak ons wel aan en de flaptekst nodigde uit tot lezen doordat 'De Wandelaar' geschetst werd als een spannend, avontuurlijk boek. En in zekere mate was dit ook van toepassing, maar toch bleven er veel vragen onbeantwoord.

Doordat er op de kaft van het boek twee handen stonden die rijkten naar een vallende hond, hadden wij allemaal de verwachting dat deze hond een centrale rol zou spelen in het verhaal en niets was minder waar.

De focus lag in dit boek niet op de avonturen die de hoofdpersoon meemaakte, ook was er zeker niet zoveel spanning als verwacht verwerkt in het boek. Het bleek een heel ander boek te zijn dan gedacht. Het gaat om de rijke heer Mulder die eenzaam blijkt te zijn. De hond houdt hem een lange tijd gezelschap, waarbij hij van de hond leert en probeert goed te doen voor mensen waar hij eerst geen oog voor had. Uiteindelijk is hij weer eenzaam. Door de band met ‘le chien’ is hij enorm gegroeid als persoon.

Het boek week dus enorm af van de verwachtingen. Maar ondanks dat, is het boek ons wel degelijk bevallen.

 
Titelverklaring
'De Wandelaar' kan naar onze mening terug slaan op de hoofdpersoon, de heer Mulder, of de hond.

De heer Mulder loopt dagelijks een vaste wandeling om tot rust te komen, dit doordat er voor de lezer onbekende gebeurtenissen uit het verleden aan hem knagen. De heer Mulder kan dus als 'De Wandelaar' worden gezien.

Maar de hond die bij een brand in de armen van de heer Mulder springt, is ook een groot wandelaar. Hij laat de heer Mulder vele onbekende plekken in Parijs zien en heeft vele vrienden gemaakt bij deze wandelingen. Ook kan uit het verhaal worden gehaald dat de hond grote reizen heeft gemaakt, waarbij hij veel van de wereld heeft gezien. Dus ook de hond kan bedoeld worden met ‘De Wandelaar’.

 
Personages
De hoofdpersonages zijn de heer Mulder/ Nicolas Martin en de hond. Andere belangrijke personages zijn de père Bruno, Sri en 'le chinois'.

De heer Mulder vangt een hond op die uit een brandend gebouw springt, waardoor ze gelijk een speciale band hebben met elkaar. Vanaf het begin van het boek is de heer Mulder een gesloten boek voor de lezer. De lezer kent zijn achtergrond niet en door bepaalde opmerkingen van de heer Mulder en het feit dat hij zich als ander persoon voordoet worden er bij de lezer verschillende vragen opgeroepen. Wat er gebeurd is in het verleden met de heer Mulder, kom je in dit boek zo goed als niet te weten.

De hond worden menselijke eigenschappen toegeschreven. In het boek lijkt de hond de heer Mulder emotioneel te begrijpen en wil de hond hem ook leren hoe zijn leven te beteren. Met de overige personages krijgt hij ook een band en treedt hij voor hen op als weldoener door hen allen te helpen met hun problemen.

Père Bruno speelt ook een vrij grote rol in dit boek. De hond brengt Mulder in contact met deze man en hij gaat naar mate het verhaal vordert een steeds grotere rol spelen in het leven van Mulder. Echter is hij aan het eind van het verhaal ineens weer naar de achtergrond verdwenen.

Ook de band die Mulder korte tijd met Sri had, is ineens weg als zij hem aan het eind van het boek gaat vermijden.

 
Setting, perspectief, open plekken
Het verhaal speelt zich af in Parijs van de 21e eeuw. De heer Mulder is een rijk man, dus woont in een van de betere buurten van Parijs. Door de hond wordt hij geconfronteerd met de achterbuurten van Parijs en daar zijn ze dus ook regelmatig te vinden. De setting is naar onze mening goed gekozen, aangezien in een wereldse stad als Parijs veel 'avonturen' mogelijk zijn zonder dat het onrealistisch overkomt. Ook wordt Parijs gezien als broeihaard van de illegale allochtonen. Aangezien een van de thema's hierover gaat, past deze setting ook goed bij het verhaal.

Het boek is een goede afschildering van de verandering van perspectief in de wereld. In het boek verandert het perspectief van de heer Mulder. Zo had hij eerst alleen oog voor de bovenklasse, en vermeed hij mensen van lage komaf. Gedurende het boek leert hij door de hond meer oog te hebben voor deze mensen en probeert hij goede daden te verrichten. De laatste daad die hij verricht in het boek is het geven van zijn hond aan Fanta, een meisje dat voor een groot deel verbrand was tijdens de brand die aan het begin van het boek beschreven wordt. Hij heeft dus goed gedaan voor zij die het nodig hadden.

Eén van de belangrijkste open plekken is voor ons toch wel het leven van de heer Mulder. Hij verwijt zichzelf iets en wil iemand anders zijn, vandaar dat hij zich ook als Nicolas Martin voor doet. De grote vraag is: Wat heeft de heer Mulder meegemaakt of gedaan in het verleden, waardoor hij nu zo eenzaam is en zichzelf niet kan vergeven? Andere open plekken zijn het verdere verloop van het leven van de heer Mulder, wie de aanstichter is van de brand en wie Triple X is.


Thema’s en motieven
Het boek heeft naar onze mening meerdere thema's. Zo speelt enerzijds het thema 'verlangen naar liefde en geborgenheid' een belangrijke rol, en anderzijds de thema's 'superioriteitsgevoel van hogere klasse' en 'het allochtonenprobleem'.

Bij de heer Mulder komt het verlangen naar liefde en geborgenheid goed naar boven. Dit blijkt allereerst uit de band met zijn hond. Hij kan zijn hond moeilijk loslaten en deelt zijn emoties met hem. Dit blijkt vooral uit het feit dat hij meerdere malen zegt dat hij zich met de hond altijd sterk voelt, zelfs in de gevaarlijke achterbuurten van Parijs. Ook het feit dat hij zijn eerste liefde Catherine niet kan loslaten, ondanks de vele jaren die verstreken zijn, laat zijn verlangen naar liefde zien.

Het thema 'superioriteitsgevoel van hogere klasse' komt ook bij de heer Mulder weer naar boven. Zo wil hij contact met zwervers, armen etc. het liefst vermijden. Hij voelt zich superieur aan hen, maar de hond leert hem respect te tonen aan hen door de heer Mulder het goede voorbeeld te geven. Het allochtonenprobleem komt in dit boek sterk naar voren door de rellen die gedurende het boek plaatsvinden. Er vinden hongerstakingen plaats en monumentale panden worden aangetast, oftewel veel chaos. Dit gebeurt allemaal om aandacht te krijgen voor de actie 'sans papiers'.

 De Wandelaar beschikt over enkele duidelijke motieven gedurende het hele boek. Geloof is een belangrijk motief in het verhaal. Mulder is overtuigd atheïst en snapt niet waarom mensen al die moeite doen om te geloven. Toch gaat hij wel meer nadenken over geloof, nadat hij père Bruno ontmoet heeft en in de kerk is geweest.
Netheid is een ander motief dat duidelijk telkens terugkomt bij Mulder. Het is een nette man die absoluut niet tegen viezigheid kan. Hij blijft het vervelend vinden om vlakbij zwervers te zijn. In een van de scènes van het verhaal, is de bedelares bij hem thuis. Mulder raakt in paniek en nadat ze weggegaan is, poetst Mulder het hele huis.
Verder komt het allochtonenprobleem in het westen regelmatig terug in het verhaal. In het boek komen veel personen voor die geen verblijfsvergunning hebben zoals Ngolo, Sri en de Chinese man. Père Bruno doet zijn best de mensen te helpen en hier betrekt hij ook Mulder bij.

 
Oordeel
Onze oordelen over het boek verschillen nogal. We zijn het er wel over eens dat onze verwachtingen van het boek niet echt uitgekomen waren. Het was geen spannend avonturen boek, wat we verwacht hadden dat het zou zijn naar aanleiding van de flaptekst. Het boek las wel makkelijk doordat het geen echt moeilijk taalgebruik bevatte. Sommige van ons vonden het boek wat langdradig, doordat er constant gewandeld werd en de hoofdpersoon eigenlijk niet echt bijzondere dingen mee maakten.

Het feit dat de hond een hele positieve invloed had op Mulder was wel een aspect wat erg goed over kwam, het was mooi om te lezen en in te zien, hoe Mulder door het verhaal heen verandert in een heel ander persoon. Hij is zichzelf veel bewuster van de armen in de stad en loopt veel minder snel in een grote boog om ze heen.

Ondanks de langdradigheid en het gebrek aan de echte spannende avonturen, vonden we het toch allemaal een mooi boek om te lezen.
 
 
De discussie is prima verlopen. Het overleg ging heel goed en de samenwerking is ook soepel verlopen. Ik heb hierdoor eigenlijk weinig verbeteringspunten. Misschien dat het wel makkelijker geweest was, als er tijdens de les een moment was wanneer de groepjes het boek konden bespreken. Nu was het lastig een goed moment te kiezen, maar door de goede samenwerking is alles toch gelukt. De opdracht was erg leerzaam. Het boek dat ons groepje uitgekozen had, was niet een boek dat ik zelf gauw zou lezen. Op deze manier maak je weer kennis met andere genres, thema’s en schrijfstijlen van boeken. De wandelaar is een boek uit leesniveau 4. Ik vond het verhaal goed te volgen en het boek las best vlot. Voor een volgende keer zou ik nog een boek uit leesniveau 4 lezen of misschien probeer ik zelfs een boek uit leesniveau 5 uit. Ik zou nog wel een boek van Stefan Brijs of Bordewijk willen lezen.
 

vrijdag 7 november 2014

Opdracht 2. WOI – Vossenjong, Marc Andries




Het boek Vossenjong beschrijft de levens van de familie Vos, waarin voornamelijk zoon Anatole Vos, eeneiige tweelingbroer van Ferdinand Vos, de grootste rol speelt in het boek. Het boek geeft geen duidelijke beschrijving over het enthousiasme tijdens de oorlog weer, maar er is wel goed te merken dat soldaat zijn voor je eigen land een plicht en een eer was. In het boek krijgt de familie Vos een brief van het Ministerie gestuurd, gericht aan de tweelingbroers, om zich medisch te laten keuren. Ferdinand Vos heeft platvoeten, waardoor hij niet in soldaatschoenen zal passen. Hij wordt afgekeurd. Anatole Vos echter is piekfijn in orde en hij meldt zich vrijwillig aan als soldaat voor België. Ferdinand heeft er moeite mee afgekeurd te zijn en hij staat bekend als de jongen met de platvoeten. Ook vindt hij het moeilijk geen steentje bij te kunnen dragen aan de maatschappij door zijn voeten. Gedurende de rest van het verhaal komen ook vaak scènes voor waarin Anatole beschreven wordt als de ‘bofkont’ omdat hij het land kan dienen en Ferdinand als de ‘ongelukkige’ omdat hij dit niet kan. Echter wordt in het boek wel duidelijk dat Anatole vreselijke dingen meemaakt als soldaat en hij ziet vele makkers sneuvelen.

Oorzaak enthousiasme voor de Eerste Wereldoorlog
De komt van de ‘grote oorlog’ riep veel enthousiasme op bij de Europese bevolking. Mensen verlangden al jaren naar een radicale omslag in hun leven, desnoods met geweld. Ze waren bereid zich daarvoor in te zetten voor de oorlog en zo voor verandering te kunnen zorgen. Ook was de verwachting dat de oorlog snel voorbij zou zijn en men voor kerstmis weer thuis zou zijn, wat uiteindelijk duidelijk anders is verlopen. Een grote bijdrage voor het aanwakkeren van het enthousiasme was ook de propaganda met onder andere pamfletten. Door censuur en propaganda probeerde de regering het volk enthousiast te maken voor de oorlog. De negatieve dingen werden verzwegen, maar de positieve dingen werden aangedikt. De vijanden werden zwartgemaakt door propaganda, wat de bevolking weer aanzette tot oorlog. Dit gebeurde bij alle partijen: België maakte bijvoorbeeld Duitsland zwart en Duitsland maakte België weer zwart. In Vossenjong komt dit ook duidelijk terug: de Duitse soldaten worden afgeschilderd als wrede wezens die nonnen verkrachten en kinderen vermoorden.


Enkele bekende pamfletten uit de Eerste Wereldoorlog:





maandag 27 oktober 2014

Karel en de Elegast - Verwerkingsopdracht -

Voor de verwerkingsopdracht bij 'Karel en de Elegast' heb ik het beroemde verhaal in een nieuw modern jasje gestoken. Onderstaande betreft een fragment. 


Na twee jaar gevangenisstraf is Elegast weer op vrije voeten. Hiervoor stond hij op nummer een van de lijst van topadvocaten van het land. Bij een van zijn zaken heeft Elegast een van zijn cliënten verdedigd tegen een misdadiger en deze zaak had hij in eerste instantie gewonnen. Echter had de advocaat van de misdadiger, een advocaat die op nummer twee stond op de lijst der topadvocaten en die de naam draagt Eggeric , de rechter zo kunnen manipuleren dat de rechter Elegast als een corrupte advocaat heeft veroordeeld. Nu mag Elegast nooit meer werken als advocaat en is hij alles kwijt. Elegast loopt door de straten van Amsterdam en hij is geneigd te gaan stelen voor eigen overleving.

De afgelopen twee jaar zijn zo aan hem voorbijgegaan en Elegast heeft geen idee wat er in die tijd in de buitenwereld is gebeurd. Terwijl hij door de straten dwaalt, wordt hem een krant in de handen gedrukt. Elegast leest de grote koppen op de voorpagina: “Nummer één advocaat Eggeric boekt weer succes”. Elegast begint te grijnzen. ‘Precies wat ik al verwacht had’, denkt hij. Elegast gooit de krant in de prullenbak en hij loopt een parkje in. Het is al erg laat en onder een brug ziet hij een groepje zwervers op de grond liggen. Elegast besluit ernaar toe te gaan. Wanneer de zwervers erachter komen dat Elegast niets heeft, besluiten ze hem op te nemen in de groep. De hele nacht vertellen ze elkaar hun verhalen en Elegast krijgt medelijden met de zwervers. Hij vindt dat de zwervers deze armoede niet verdienen en dat de maatschappij drastisch veranderd zou moeten worden. ’s Nachts besluit Elegast terug de stad in te gaan om eten en een telefoon te stelen. Hij schakelt het alarm uit en breekt in bij de dichtstbijzijnde Albert Heijn supermarkt. Vervolgens gaat hij richting een telefoonzaak, waar hij een iPhone meeneemt. Het alarm was afgegaan, maar Elegast heeft de indruk kunnen wekken dat het kwam door een storing in het systeem dat wel vaker voorkwam. Zodoende heeft Elegast zich snel uit de voeten kunnen maken.

De volgende dag gaat Elegast al vroeg op pad. Hij is heel erg boos op de onrechtvaardige Eggeric. Eggeric vormt een gevaar voor de wereld en Elegast wil dat Eggeric voorgoed achter de tralies zit. Elegast bedenkt een plan waarvoor hij een grote som geld nodig heeft. Hij besluit de misdadiger te beroven, voor wie Eggeric twee jaar geleden advocaat is geweest. Elegast weet dat de misdadiger een echte drugsbaron is en dat hij een ondergrondse loods heeft met drugs en veel contant geld. Destijds heeft Eggeric deze loods goed verborgen weten te houden, waardoor Elegast corrupt overkwam. Elegast gaat meteen naar de ondergrondse loods.


Wanneer Elegast aankomt, staat de deur van de loods open. ‘Ik wist dat deze criminelenbende onvoorzichtig is, maar zijn ze zo dom om de deur open te laten staan?’, denkt Elegast. Net wanneer Elegast naar binnen wil lopen, hoort hij een bekende stem. Deze stem herkent hij uit duizenden: Eggeric. Hij besluit naar binnen te gluren en ziet inderdaad Eggeric staan, samen met de bekende groep criminelen. ‘Aha, ze werken dus samen. Ik wist niet dat Eggeric ook in het drugscircuit zat’, denkt Elegast. Hij wil ze op heterdaad betrappen, maar hij moet wel bewijs kunnen leveren. Ineens herinnert hij zich de gestolen telefoon. Hij pakt de iPhone uit zijn zak en maakt stiekem foto’s en video’s van de gesprekken tussen Eggeric en de criminelen. Tevreden loopt Elegast weg en hij gaat op weg naar het politiebureau. Hij toont aan iedereen die het maar wil zien de beelden. Het is duidelijk: Eggeric is corrupt. Diezelfde dag nog worden Eggeric en de criminelen opgepakt. Er is meer dan genoeg bewijs: de beelden en het gevonden geld en drugs in de loods. Tijdens de rechtszaak blijkt dat veel meer advocaten de dupe zijn geweest van Eggeric. De criminelen en Eggeric belanden in de cel en Elegast wordt beloond: hij mag weer advocaat zijn én hij krijgt zijn bezittingen weer terug. En de oude cliënt van Elegast van twee jaar geleden? Zij is heel erg blij dat Elegast de criminelen alsnog te pakken wist te krijgen en zij beloont hem met een flinke som geld. Elegast besluit de bezittingen en het geld met de aardige zwervers in het park te delen en zo vormt hij een mooi voorbeeld voor de maatschappij. Allen leefden nog lang en gelukkig. 

donderdag 12 juni 2014

Boekverslag Siegfried - Harry Mulisch

Het boek Siegfried gaat over Rudolf Herter, een schrijver die een bezoekje brengt aan het Oostenrijkse Wenen om zijn nieuwste boek te promoten. Dit is tevens de stad waar Hitler vandaan komt. Tijdens een van zijn interviews komt Herter op het idee om een roman te schrijven over Hitler, waarin men het ware gezicht van Hitler te zien krijgt. Na afloop van een lezing maakt Herter echter kennis met het bejaarde echtpaar Falk, die informatie over Hitler heeft, wat nog nooit iemand ooit heeft geweten.


De omslag oogt erg duister, wat de verwachting opwekt van een typisch oorlogsverhaal. Ook vanwege de ondertitel ‘een zwarte idylle’, wordt de indruk gewekt van een donker en grauw verhaal. Tegelijkertijd wordt er ook een open plek opgewekt. Na het lezen van de achterkant van het boek, denk je al gauw dat het boek sterk gaat over Hitler en Eva Braun. Bovendien wekt de titel de indruk op dat het boek zal gaan over een één of andere Siegfried. Achteraf is het boek niet een typisch oorlogsverhaal. Ook wordt duidelijk dat Siegfried, Hitler en Eva Braun inderdaad een grote rol in het verhaal spelen samen met Herter.
Siegfried is het geheim dat een grote rol speelt in het verhaal. De titel Siegfried is daarom erg logisch. Siegfried is de fictieve zoon van Hitler en Eva Braun, wat niemand weet. Het boek vertelt onder andere wat er met Siegfried gebeurt. Herter probeert door Siegfried dichter bij Hitler te komen.
Het boek omvat enkele belangrijke personages. Rudolf Herter is de hoofdpersoon van het verhaal, hij is een succesvolle schrijver en een diepgaande denker. Tegelijkertijd is Herter een alter ego van Harry Mulisch. Maria is de vriendin van Herter die samen met hem naar Wenen reist. Ze is erg zorgzaam en organisatorisch. Echtpaar Falk kan beschouwd worden als één personage. Het bejaarde echtpaar is verbitterd door de oorlog en door het verlies van Siegfried, wat later duidelijk wordt. Ten slotte zijn er enkele personages die indirect in het verhaal komen. Oorlogsleider Hitler is erg ongrijpbaar en overdreven doelgericht. Eva Braun is de geliefde van Hitler en ze is erg begripvol naar Hitler toe. Hitler en Eva krijgen een zoon, Siegfried. Siegfried is een levendig en onschuldig jongetje, die midden in de oorlog zit.
Het verhaal speelt zich af in het onbepaalde heden in Wenen. Rudolf Herter is de focalisator en vanuit zijn perspectief wordt alles dus waargenomen. Het boek bevat veel open plekken. Zoals de ondertitel ‘een zwarte idylle’. Deze wekt meteen een open plek op. Ook het geheim van echtpaar Falk is een open plek. Andere voorbeelden van de open plekken zijn: wie is aanwezig in de droom van Herter en wat voor een verhaal gaat Herter in zijn roman verwerken.
Het thema van het boek is te omschrijven als ‘Hitlers ware identiteit’. Motieven die in het boek terugkomen zijn Siegfried en het Niets.

Siegfried is een mooi, intrigerend en uniek boek. Het is geen typisch oorlogsverhaal, wat eerst werd gedacht. Het feit dat het boek gaat over het enigszins ‘begrijpelijk’ maken van Hitler maakt het boek erg uniek. Ook de filosofische ideeën die Mulisch noemt, waren interessant,   alhoewel deze wel ingewikkeld waren en een hoop eigen kennis vereisten. Wij zijn erg positief over het boek en zijn tevreden dat we het boek gekozen hebben voor de opdracht.

Het proces van de discussie is prima verlopen. Er zijn zo eigenlijk geen echte verbeterpunten, aangezien alles wel soepel verliep. De opdracht was erg leerzaam, aangezien het je dwingt om ook eens een boek te lezen dat je normaalgesproken niet zo snel zou lezen. Hier leer je veel van, doordat je kennis maakt met verschillende schrijfstijlen en thema’s van boeken. Siegfried is een boek uit leesniveau 4. Het boek is niet te ingewikkeld, maar het verhaal is wel erg diepgaand waardoor de lezer ook moet meedenken met het verhaal.  Ik denk dat ik als volgend boek een boek uit leesniveau 3 of 4 zal lezen. Marte Jacobs van Tim Krabbé en/of Het Derde Huwelijk van Tom Lanoye zijn boeken die ik wel als volgend boek zou willen lezen. 

vrijdag 21 februari 2014

Verwerkingsopdracht: “Ik was nooit in Isfahaan” door Tommy Wieringa Beeldopdracht, door Mendy, Daan, Pim, Annamarthe en Sanne (4C)



Wij hebben gekozen voor het maken van een nieuwe omslag voor het boek van Tommy Wieringa. We vonden namelijk de oude omslag niet passend voor het boek, omdat we de lay-out niet mooi vonden. Na het bestuderen van de omslag zagen we dat deze bestond uit drie teksten, een rug en een voor- en achterkant plus titel. We hebben de titel veranderd naar: “Wieringa’s reisverhalen”. Dit hebben we vooral gedaan omdat we vonden dat als we de gehele omslag zouden veranderen, we ook de titel zouden moeten aanpassen. Ook is de titel Wieringa’s reisverhalen veel accurater dan Ik was nooit in Isfahaan. De titel Ik was nooit in Isfahaan, is afgeleid van een gedicht van P.N. van Eyck, waarin de stad Isfahaan metafoor staat voor de dood. Aangezien de dood steeds terugkomt in de verhalen van dit boek van Wieringa, is deze titel wel verklaarbaar. Echter, voordat wij het boek gingen lezen en op de hoogte waren geraakt van het gedicht van Van Eyck konden wij de titel niet plaatsen. Hierom hebben wij dus ook voor een logischere titel gekozen.
Ook de teksten die op de oude omslag stonden hebben wij vervangen. De tekst op de voorkantflap ging over het verhaal Ik was nooit in Isfahaan zelf, de tekst op de achterkant was een korte mening over het boek en de tekst op de achterkantflap was een stukje over Wieringa’s oeuvre.
Allereerst het stukje tekst op de voorflap. Dit is wat wij ervan gemaakt hebben: “Ik was nooit in Isfahaan is het Boekenweekgeschenk waarin Tommy Wieringa met veel fantasie een groot aantal kostelijke anekdotes aan de lezer cadeau doet. Van Syrië tot Egypte, van Frankrijk tot Zwitserland; Wieringa neemt je overal mee naar toe in deze verzameling van verhalen die aandoen alsof ze in een logboek hadden kunnen staan. Met zinnen als deze: "Asgabat is de naar buiten gekeerde geest van een man, een infantiele machtsfantasie, tot marmer versteend narcisme”, wekt hij een sfeer van mysterie, een neiging om verder te lezen, op zoek naar meer.”
Deze tekst geeft duidelijk weer wat je van het boek kunt verwachten, namelijk een aantal vermakelijke verhalen die zich afspelen op verschillende plaatsen, waarbij Wieringa gebruikt maakt van een zeer mooie schrijfstijl. Aangezien dit één van de eerste teksten is die mensen zullen bekijken, als zij het boek willen kopen of lezen, moet deze tekst dus duidelijk, beschrijvend (maar niet te inhoudelijk) en lovend zijn.
De tweede tekst, degene met onze mening, is de volgende geworden: “Deze fascinerende bundel van de veelgeprezen schrijver Tommy Wieringa is een groot plezier om te lezen. Doordat Wieringa gebruik maakt van een groot scala aan mooie, stilistische zinnen beleef je de verhalen alsof je er zelf bij bent. Een waardig Boekenweekgeschenk!”
Aangezien een tekst als deze, die duidelijk bedoelt is om de mogelijke lezer aan te sporen het boek daadwerkelijk te lezen, bovenal lyrisch moet zijn over het boek, is dat precies hoe we geschreven hebben. Natuurlijk is de tekst lichtelijk overdreven door het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden, maar dat is in een geval als dit niet erg, integendeel, hier is het zelfs gepast.
De derde tekst over Wieringa zelf, gaat als volgt: “Tommy Wieringa kreeg in 2002 voor zijn roman Alles over Tristan de Halewijnprijs. Hij brak pas echt door met zijn veelbekroonde roman Joe Speedboot. Deze roman kreeg onder meer in 2006 de Ferdinand Bordewijk Prijs en de eerste Magazijn La Vie en Rose Prijs. Eén zin in dit boek leverde hem ook Tzumprijs van 2006 op:  “De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.” Daarnaast schreef Wieringa nog een verscheidenheid aan andere prachtige boeken, waaronder Caesarion en Dit zijn de namen.”
Deze tekst is niet bijster interessant om te verantwoorden. We hebben een tekst geschreven waarin we precies vertellen welke belangrijke prijzen Wieringa gekregen heeft voor zijn werk. Dat is eigenlijk ook het doel van een tekst over de schrijver, omdat dat de lezer duidelijk moet maken dat hij veel van het boek te verwachten heeft, omdat de schrijver al veel andere bekroonde (dus goede) boeken heeft geschreven.
Dan nu het beeldmateriaal. Op de omslag hebben we drie afbeeldingen geplakt.
De afbeelding op de voorkant is een schilderij van een (Afrikaanse) markt. Hij is geschilderd door Angu Walters en heet “The Village Market”. We hebben dit schilderij gekozen voor op de voorkant, omdat het vrolijk is en meteen doet denken aan verre reizen. Dat heeft niet te maken met één van de verhalen die in het boek Ik was nooit in Isfahaan staan, maar het komt meer door de sfeer die de markt uitademt, die wij vinden passen bij het boek in zijn algemeenheid.
De tweede afbeelding echter, straalt eerder het tegenovergestelde uit van het andere schilderij. Dit schilderij van een oude man (wij vermoeden dat hij een zwerver is) straalt juist terneergeslagenheid, verdriet en melancholiek uit. Dit komt in het boek van Wieringa ook erg vaak voor. De twee afbeeldingen staan op de voor- en achterzijde van het boek, als metafoor voor “de keerzijde van de medaille”. We zijn er bij dit kunstwerk niet achter gekomen wie het gemaakt heeft.
Dan ten slotte de laatste afbeelding op de achterkantflap. Dit is een foto van Tommy Wieringa. We hebben ervoor gekozen ook een foto van Wieringa op te plakken, omdat lezers het fijn vinden een beeld te hebben van de schrijver het boek. Een foto van de schrijver is daarvoor een zeer geschikte oplossing.

Bronnen beeldmateriaal:
Afbeelding voorkant: Angu Walters, The Village Market: http://www.artcameroon.com/the-village-market/

maandag 3 februari 2014

Verwerkinigsopdracht: 'Why I Love This Book' - Het behouden huis, Willem Frederik Hermans

Het boek ‘Het behouden huis’ van Willem Frederik Hermans is een kort, maar bijzonder verhaal dat zich afspeelt in de tijd van de Tweede Wereldoorlog.  Een groep partizanen veroveren een verlaten stadje op de Duitsers en een van hen, een Nederlandse soldaat, installeert zich in een leegstaand landhuis. Echter, heroveren de Duitsers het stadje al gauw en zij nemen het landhuis in beslag. De Duitsers laten de Nederlander ongemoeid, omdat zij hem aanzien als de eigenaar van het landhuis. Maar als vervolgens de echte eigenaar opduikt, ontstaat er een bizarre situatie, met een scherpe en wrede ontknoping. ‘Het behouden huis’ is een echte bestseller voor jong en oud!

Het behouden huis heeft een hoge inzet door de gebeurtenissen die zich in het verhaal afspelen. Het boek leest vlot door de schrijfstijl van Hermans. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor de lezer toch aan het denken wordt gezet over het feit dat de gebeurtenissen van het verhaal, ook in het echt plaatsgevonden kunnen hebben. De hoofdpersoon zit in conflict met zichzelf omdat hij alle mensen wil helpen, maar dit niet altijd kan door zijn positie als partizaan. Zijn keuzes worden constant op de proef gesteld door de gebeurtenissen in het boek.
Het huis zelf is prachtig ingericht met een voortuin. De kledingkasten zitten vol met kleding en het bad levert warm water, wat een bijzondere uitzondering was in die tijd.
De setting van het verhaal wordt tevens tot in de details besproken, overal waar de Nederlandse soldaat heengaat, wordt zijn omgeving wel beschreven. Wat ziet hij, wat voelt hij en wat denkt hij? De hoofdpersoon bezit vaak gemengde gevoelens omdat hij zelf ook verward is door wat er allemaal om hem heen gebeurt of om de handelingen die hij zelf moet verrichten. Achteraf laat hij gebaren achter of in zijn gedachtes is te lezen hoe hij tegenover een onderwerp staat. Deze eigenschappen karakteriseren de hoofdpersoon, wat hem menselijk maakt. Het lot ligt al vast voor de hoofdpersoon; het landhuis waar hij zich in heeft geïnstalleerd, zal niet langer meer alleen zijn terrein zijn door de komst van de Duitsers die de stad heroveren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze gebeurtenis was onvermijdelijk.

Wat men nu nog moeilijk kan voorstellen, maar wat tijdens de Tweede Wereldoorlog voorkwam, waren dode mensen op straat, waar soldaten overheen marcheerden om niet uit de maat te raken.  Het buitensporige komt hierin terug. De hoofdpersoon krijgt het ene conflict na het andere conflict op zijn bord gelegd. Eerst ontdekt hij een gesloten kamer in het huis, dan willen de Duitsers bij hem intrekken, de werkelijke eigenaar van het huis duikt op en vele slachtoffers vallen voor zijn neus. De hoofdpersoon verandert gedurende het verhaal van een eigenwijze soldaat die niet naar zijn kolonel wil luisteren, naar een verbitterde soldaat met enig medeleven.
De Nederlandse soldaat wordt telkens getest op zijn uithoudingsvermogen als partizaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe verbergt hij het feit dat hij Nederlander is, dat hij weet dat de Russen komen en dat hij partizaan is? De lezer wil weten hoe de hoofdpersoon de conflicten oplost en hoe hij omgaat met de doden. De lezer wil steeds meer over de hoofdpersoon te weten komen. Er ontstaat geen echte liefde tussen de lezer en de hoofdpersoon, doordat de gebeurtenissen toch erg heftig zijn en moeilijk voor te stellen in onze huidige tijd, maar de lezer wil wel meer te weten komen over de hoofdpersoon, wat ook een soort band schept.
Het behouden huis vertelt vooral wat de Nederlandse soldaat meemaakt in oorlogstijd en de gebeurtenissen rondom het landhuis. De titel van het boek is simpel, maar vertelt precies genoeg over het verhaal. Het is pakkend, vanzelfsprekend en mysterieus. Willem Frederik Hermans gebruikt metaforen en verwerkt vergelijkingen in het verhaal. Hierdoor krijgt de lezer een nog betere indruk van de situatie in het verhaal. Dit verhaal is uniek, realistisch en heftig en de moeite waard om over na te denken. Gedurende het hele verhaal bouwen de conflicten en de gebeurtenissen zich op tot aan het eind van het boek. De lezer zit zo gedurende het hele verhaal in spanning tot de ontknoping. Het verhaal zelf is kort, maar de spanning die het verhaal met zich meebrengt is lang genoeg om de lezer te laten doorlezen.


Het behouden huis is niet overal even bekend, maar dat zou dit boek wel moeten zijn. Het boek bevat spannende gebeurtenissen, onzekerheden, mooie beschrijvingen en een wrede ontknoping. De lezer is gedurende het hele verhaal in de macht van het boek. Dit boek zet mensen aan het denken. Het behouden huis is dus een echte bestseller.