dinsdag 29 december 2015

Leesverslag: Godenslaap - Erwin Mortier

Algemene informatie
Erwin Mortier, Godenslaap
Amsterdam, Uitgeverij de Bezige Bij
oktober 2008, eerste druk
406 pagina's

Genre
Oorlogsroman, ontwikkelingsroman, psychologische roman.

Samenvatting
Helena Demont loopt tegen de honderd en blikt al schrijvend terug op haar veelbewogen leven. Ze groeide op in een stad in België aan de rivier, samen met haar homoseksuele broer Edgard. Haar vader is eigenaar van een aantal winkels in de stad. Haar moeder komt oorspronkelijk uit Artesië in Noord-Frankrijk. Ieder jaar trekt het gezin naar Frankrijk om daar de zomermaanden door te brengen in het ouderlijk huis van de moeder. Aan het einde van de zomer in 1914 is het niet mogelijk terug te keren naar huis vanwege het uitbreken van de oorlog. De vader van het gezin verblijft in de stad. Helena groeit op tot jonge vrouw in de jaren tussen 1914 en 1918, vlak achter de frontlinies. Ze leert een Engelse oorlogsfotograaf kennen met wie ze later in het huwelijk treedt. Ze krijgen samen een dochter.
De relatie van Helena met haar moeder is problematisch, evenals later die met haar dochter. De verschrikkingen van de oorlog en de ontluikende liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vooral omdat Matthew Herbert haar meeneemt op zijn tochten naar het front, waar hij fotoreportages maakt van de vernielde dorpen en verlaten slagvelden. De broer van Helena besluit zich aan te melden voor militaire dienst. Hij raakt in de oorlog ernstig gewond. Naast de mijmeringen van Helena komt de lezer nu en dan wat meer te weten over haar hedendaagse wereld, waarin ze thuis zit en verzorgd wordt door een jonge Vlaams-Marokkaanse vrouw, Rachida.


Verwachtingen
Ik had hoge verwachtingen van het boek vanwege de goede waarderingen en het winnen van de literatuurprijs in 2009. Desondanks heb ik goed nagedacht of ik wel aan het boek moest beginnen, aangezien het mij bekend was dat Godenslaap veel ingewikkelde stijlfiguren en lange zinnen bevat. Uiteindelijk kan ik zeggen dat ik zeker geen spijt heb van mijn beslissing om Godenslaap toch te gaan lezen.

Thema
Het boek bevat naar mijn idee meerdere thema’s, waarvan het grootste thema de manier moet zijn, waarop de oorlog invloed heeft gehad op het leven van Helena Demont. 

Motieven
De dood is een veel terugkomen motief in Godenslaap. Vrijwel elk personage waarover Helena verteld, is al gestorven. Ook zijn er veel mensen gesneuveld tijdens de oorlog.
De oorlog zelf vormt ook een motief in het verhaal. Helena blikt telkens terug in het verleden en wisselt af met gedachtes van het heden. De terugblikken gaan vooral over de periode van de oorlog, waardoor oorlog telkens weer terugkomt in het verhaal.
Homoseksualiteit vormt ook een motief. De broer van Helena, Edgar Demont is homo. Dit blijkt uit meerdere gedachtes van Helena die af en toe terugkomen gedurende het verhaal.
Helena schrijft het verhaal van haar leven en haar gedachtes zelf telkens op in een notitieboek. Hierdoor vormt schrijven ook een belangrijk motief.
Tenslotte is fotografie ook een belangrijk motief. De man van Helena, meneer Herbert maakte zeer veel foto’s toen ze samen jong waren. Dit doet hij tijdens de oorlog, maar ook na de oorlog nog steeds.

Setting, perspectief, open plekken e.d.
Godenslaap bevat een duidelijk ‘ik- perspectief’ als vertelinstantie. Deze ik-persoon is Helena Demont, een zeer oude vrouw die terugblikt op haar leven middels allerlei terugblikken en haar gedachtes. De setting van het boek is vermoedelijk een verzorgingstehuis of het huis van mevrouw Demont in Vlaanderen, waarin ze voornamelijk verzorgd wordt door haar verzorgster, Rachida. Gedurende het verhaal vinden er veel terugblikken plaats, waarvan deze grotendeels plaatsvinden tijdens de Eerste Wereldoorlog in België en Noord-Frankrijk.

Het boek vertelt niet altijd wat er met bepaalde dingen of personen is gebeurd. Een van de grootste open plekken moet wel het einde van het boek zijn, waarin Helena Demont gaat slapen, nadat Rachida haar een verhaaltje heeft verteld. Het boek laat de lezer zelf fantaseren over het einde van het boek. Persoonlijk denk ik dat Helena aan het eind van het boek sterft, nadat Rachida haar een verhaal heeft verteld.

Oordeel
Godenslaap vond ik een mooi en bijzonder boek om te lezen. Tijdens de terugblikken had ik ook echt het gevoel samen met haar terug te blikken op haar verleden. Het boek neemt je dan ook goed mee. Wel vond ik het lastig om in het begin er echt goed in te komen. Het boek begint namelijk meteen met een van Helena’s gedachtes met allerlei beeldspraak:

“Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen. Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste de tweede. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood.”

Zodra ik door het begin van het boek was, begreep ik het begin ook beter en las het boek ineens stukken beter weg. Toch blijft het boek wel ingewikkeld doordat er veel stijlfiguren gebruikt worden en je goed moet blijven opletten of je nu een terugblik aan het lezen bent, of dat het verhaal zich nu weer in het heden afspeelt.

Beoordeling
Godenslaap is naar mijn idee een mooi boek. Ik kan het iedereen aanraden die van psychologische romans houdt. Het boek switcht tussen verleden en heden door de gedachtesprongen van de hoofdpersoon.

De hoofdpersoon is een bejaarde vrouw. De gedachtes van haar blijken uit het boek niet altijd slechts gedachtes. De hoofdpersoon heeft vaak niet door dat wat ze zelf denkt, ze ook werkelijk hardop zegt, aangezien haar verzorgster Rachida haar ook kan horen. Dit geeft goed weer dat de hoofdpersoon een bejaarde vrouw is, wat de manier van schrijven erg interessant maakt. Dit komt duidelijk naar voren in de volgende passage:

"Ik ben ook blij.....ze bedenkelijk, ze lacht." blz. 11-12



Tenslotte vind ik het mooi dat de schrijver het boek een open einde heeft gegeven, waardoor de lezer de kans krijgt om over het boek na te denken en over de hoofdpersoon.  

Al met al kom ik tot de volgende beoordeling op de oordeelbalk:






Bronvermelding
http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/g/godenslaap/ 
http://www.dwb.be/uitgave/2009/2/dead-men-walking/sven-vitse/er-zijn-te-veel-woorden-erwin-mortier-oog-oog-met-een-obs 


zaterdag 19 december 2015

Verwerkingsopdracht de Tachtigers


Het boek ‘Noodlot’ van de Nederlandse schrijver Louis Couperus is een naturalistische roman uit 1890. Het naturalisme was een periode die duurde van 1850-1900, waarbinnen de ‘Tachtigers’ een plaats innemen. Kenmerkend voor de literatuur van de Tachtigers is de vernieuwing van de literatuur en de afkeer tegen de oude wereld. Voorheen was literatuur vooral moraliserend en retorisch, iets waarvoor de Tachtigers zich de rug toekeerden. In deze periode van 1850-1900 werden boeken veel meer geschreven in dagelijks taalgebruik in plaats van het bombastische. Naturalistische schrijvers proberen de situatie zo natuurgetrouw weer te geven en hij gaat ervan uit dat de mens onvrij is en een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding, ook wel te spreken over het determinisme. Tevens is de mens overgeleverd aan krachten die sterker zijn dan hijzelf, het fatalisme. Men gelooft dat er een noodlot is, waar men niet aan ontkomt.

Noodlot bevat typische kenmerken van het naturalisme. Als eerste de personage Bertie, een oude kameraad van Frank Westhove. Frank is een welvarende man en Bertie heeft niets. Bertie leeft van alles wat Frank hem te bieden heeft. Het leven is zo erg makkelijk voor Bertie, tot op het moment waarop Eve Rhodes haar intrede doet als Frank’s geliefde. Bertie is erg jaloers en hij weet dat zodra Frank en Eve werkelijk gaan trouwen, Bertie niet meer bij Frank kan leven en dat hij dus zelf weer voor zichzelf moet gaan voorzien in alles. Om dit te verhinderen onderneemt Bertie allerlei dingen om de twee geliefden uit elkaar te drijven. Desondanks weet Bertie dat hij fout bezig is, maar hij kan zichzelf niet stoppen. Hierin komt het determinisme in terug. Bertie is niet vrij, want hij heeft geen keuze in zijn doen en laten.

Ook het feit dat Bertie uit een arm milieu komt en daar voor altijd in blijft hangen wijst op het determinisme. Hij klimt niet omhoog op de sociale ladder, maar hij blijft arm en leven op de kosten van zijn beste vriend Frank. Het lijkt er dus op dat Bertie met zijn afkomst en milieu bepaald wordt door het determinisme.

Tenslotte is het boek erg natuurgetrouw weergegeven in combinatie met een noodlot. In plaats van een ‘happy end’, eindigt het boek dramatisch. Dit maakt het boek realistischer en dus natuurgetrouwer. Het noodlot speelt een zeer grote rol in het boek. Vanaf het begin af aan probeert Bertie zijn noodlot te veranderen en bij Frank te kunnen blijven door de relatie tussen Frank en Eve te verbreken. Even lukt het Bertie om weer alleen samen met Frank verder te leven, maar uiteindelijk komen Frank en Eve achter al Bertie’s  daden, waardoor Bertie toch niet aan zijn noodlot ontkomt. Het noodlot is zelfs zo erg, dat Bertie vermoord wordt door Frank.


Noodlot van Louis Couperus is dus een naturalistische roman door de vele naturalistische kenmerken die het boek bevat. Het determinisme is erg duidelijk in het verhaal te herkennen en ook het noodlot speelt een enorm grote rol. 

donderdag 5 november 2015

Verwerkingsopdracht de Tachtigers - Karakter van F. Bordewijk

Het boek ‘Karakter’ geschreven door F. Bordewijk is een roman uit 1938. Het boek behoort officieel tot de literaire stroming ‘Nieuwe zakelijkheid’, een periode die volgde op het naturalisme. Desondanks bevat het boek ook veel naturalistische kenmerken, waardoor het verleidelijk wordt om het boek ook tot een naturalistisch boek te rekenen.

Het naturalisme was een periode die duurde van 1850-1900, waarbinnen de ‘Tachtigers’ een plaats innemen. Kenmerkend voor de literatuur van de Tachtigers is de vernieuwing van de literatuur en de afkeer tegen de oude wereld. Voorheen was literatuur vooral moraliserend en retorisch, iets waarvoor de Tachtigers zich de rug toekeerden. In deze periode van 1850-1900 werden boeken veel meer geschreven in dagelijks taalgebruik in plaats van het bombastische. Naturalistische schrijvers proberen de situatie zo natuurgetrouw weer te geven en hij gaat ervan uit dat de mens onvrij is en een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding, ook wel te spreken over het determinisme. Tevens is de mens overgeleverd aan krachten die sterker zijn dan hijzelf, het fatalisme. Men gelooft dat er een noodlot is, waar men niet aan ontkomt. Doordat de industriële revolutie ook in dezelfde periode van het naturalisme opkwam, is er ook meer aandacht voor de lagere sociale klasse.

Ten eerste bevat het boek ‘Karakter’ niets moraliserend of retorisch. Het boek is eigenlijk erg realistisch en het geeft goed het dagelijkse leven weer in het oude Rotterdam. Het leven van de hoofdpersoon, Jacob Willem Katadreuffe is goed te volgen in dagelijks taalgebruik. Zinnen zijn kort en begrijpelijk geformuleerd. Dialogen die het boek bevat zijn vaak kort en simpel over alledaagse kwesties. Dit geeft goed een naturalistisch kenmerk van ‘Karakter’ weer.

Het determinisme dat het naturalisme kent, komt ook weer terug in ‘Karakter’. Jacob Katadreuffe is de zoon van Dreverhaven en Jacoba Katadreuffe. Dreverhaven is een man die altijd zijn zin wil hebben en die zin krijgt hij dan ook vaak. Hij is een man van weinig geduld en hij is erg doelgericht. Zijn moeder Jacoba is juist een stille vrouw die niets van haar gevoelens laat zien aan Jacob. Uit het boek blijkt dat Jacobs karakter erg overeenkomt met het karakter van zijn moeder. Ook Jacob is erg stil en hij houdt zijn emoties voor zich. Toch blijkt het karakter van zijn vader ook in hem te zitten, Jacob heeft ambitie om advocaat te worden en vanaf dag één heeft hij dit doel voor ogen gehad. Uiteindelijk bereikt hij dit dan ook. Hieruit blijkt dat Jacob zijn karakter aan zijn beide ouders te danken heeft, hij is letterlijk het product van erfelijkheid.

Jan Maan, een goede vriend van Jacob woont bij Jacoba Katadreuffe in huis. Jan is een arbeider, maar uit het boek blijkt dat hij een goed mens is. Hij zorgt goed voor Jacobs moeder en hij is ook een goede vriend voor Jacob. De schrijver heeft waardering en sympathie voor Jan Maan.

Het fatalisme komt niet helemaal terug in ‘Karakter’, maar toch is het er wel deels in te herkennen. Tijdens het verhaal werkt Dreverhaven zijn zoon, Jacob tegen in alles wat Jacob probeert te bereiken. Dit doet Dreverhaven door zijn zoon driemaal failliet te verklaren, waarbij de derde poging mislukt. Na de faillissementen komt Jacob er door hard werken er weer bovenop en wanneer hij dichtbij zijn doel is om beëdigd te worden als advocaat, werkt ook hier Dreverhaven hem weer (tevergeefs)tegen. Door alle obstakels die Jacob tegenkomt, zou je bijna de indruk krijgen dat dit het ‘noodlot’ van Jacob is. Zijn vader is nu eenmaal Dreverhaven en hij zal altijd proberen Jacob tegen te werken. Toch vindt het fatalisme niet in zijn geheel plaats, aangezien het Jacob wel lukt om advocaat te worden en zo zijn doel te bereiken. Hij heeft het noodlot weten te ontwijken. Desondanks is het fatalistische aspect van het naturalisme er dus wel deels in te herkennen. 


‘Karakter’ van F. Bordewijk is dus een boek met naturalistische kenmerken. Het alledaagse taalgebruik in het boek en de natuurgetrouwe weergave van het leven rond 1900 komt duidelijk naar voren. Het karakter van Jacob Willem Katadreuffe is het product van erfelijkheid afkomstig van zijn beide ouders, waar hij niet aan ontkomt. Bordewijk uit niets negatiefs over arbeiders of de lagere klasse. En bovendien zijn er bepaalde kenmerken van het fatalisme terug te vinden in het boek.  

donderdag 11 juni 2015

Leesverslag Hersenschimmen – J. Bernlef


Titel: Hersenschimmen
Auteur: J. Bernlef
Uitgave: te Amsterdam, 1984
Aantal pagina’s: 166
Genre: psychologische roman

Samenvatting

Maarten Klein, een oude man woont samen met zijn vrouw Vera en hond Robert in Gloucester. Samen hebben ze twee kinderen die in Nederland wonen. Maarten merkt dat hij steeds vergeetachtiger wordt. In het begin gaat het slechts om onschuldige dingen als het vergeten van de tijd of het vergeten van onschuldige dingen in het dagelijkse leven. Langzaamaan begint Maarten steeds meer te piekeren over zijn vergeetachtigheid en hij begint steeds belangrijkere dingen te vergeten, die een normaal mens niet zo snel vergeet, zoals de naam van zijn vrouw. Hij begint steeds erger te dementeren en hij haalt het verleden en het heden door elkaar. Vera maakt zich ondertussen steeds meer zorgen en ze schakelt Dokter Eardly in en uiteindelijk een hulp in huis: Phil Taylor. Maarten blijft al deze nieuwe mensen ondertussen verwarren met andere personen. Wanneer Maarten weer zo in de war is, wordt hij geïnjecteerd om rustig te worden. Uiteindelijk wordt Maarten naar een inrichting gebracht. Deze nieuwe omgeving maakt hem helemaal in de war en zijn gedachten raken in de knoop. Het boek eindigt vervolgens met het bezoek van een vrouw (Vera) die hij niet herkent. Ze vertelt hem dat het weer lente wordt.

Verwachtingen

Hersenschimmen is een bekend boek, waarvan ik altijd al eens iets over heb gelezen en gehoord. Het leek me erg interessant om een boek met een psychologische achtergrond te gaan lezen. Zodoende ben ik begonnen in Hersenschimmen.
Mijn verwachtingen van het boek waren positief. Ik verwachtte veel beschrijving van gedachten en de mogelijkheid om je in te kunnen leven in een dementerende persoon. Het boek leek me erg interessant om te lezen.

Motieven

De winter is een belangrijk motief in het boek. Het boek speelt zich af tijdens de winter en Maarten heeft duidelijk een hekel aan de winter. Zijn vergeetachtigheid verwijt hij dan ook aan de winter. Maarten heeft ook nog vele herinneringen aan de oorlog, waarin de winter ook steeds terugkeert.
In het verhaal duikt een bijzonder boek telkens op. “Our man in Havana” geeft weer hoe erg zijn vergeetachtigheid wordt. Wanneer hij het voor de eerste keer ziet, weet hij niet dat het boek van hem is, maar hij kent de details van het boek wel. Na het boek meerdere malen te zijn tegengekomen, wordt het duidelijk dat hij steeds minder dingen over het boek nog weet.
Tenslotte is taal ook een belangrijk motief. Maartens geheugen verslechtert steeds meer en hij begint de taal door de war te halen. Hij praat in zichzelf en hij haalt Engels en Nederlands door elkaar. Gedurende het boek wordt dit steeds erger en komt dit steeds terug.

Thema

Ziekte is het belangrijkste thema van dit verhaal. Het begint onschuldig, maar langzaam maar zeker neemt de ziekte het leven van Maarten over. Hij kan niet meer normaal functioneren doordat hij belangrijke dingen vergeet. Zijn naasten herkent hij niet meer en hij kan het verleden en het heden niet uit elkaar houden. De ziekte beïnvloed bovendien niet alleen Maartens leven, maar ook het leven van zijn vrouw, Vera. Het boek laat ook zien hoe moeilijk het voor Vera is dat haar eigen man haar niet meer herkent.

Beoordeling

Hersenschimmen heeft geen ingewikkeld taalgebruik. Het boek leest erg vlot en het boek is geschreven vanuit de belevenis van de hoofdpersoon, Maarten Klein. In het einde van het boek, waarin Maarten bijna alles vergeet, wordt de schrijfstijl erg interessant. De auteur geeft de korte gedachtes weer die door Maartens hersenen flitsen ook in het boek alsof de gedachtes door het boek flitsen. Naarmate het boek eindigt worden de gedachtes steeds sneller en de lezer krijgt in de gaten dat de hoofdpersoon steeds sneller zijn gedachtes weer vergeet. De volgende fragmenten geven een impressie van deze weergave:

Rond het begin van het verhaal:
Blz.76: “Ik leg de krant over het boek op Vera’s stoel en doe de gordijnen dicht. Dan zet ik de televisie aan. Ik luister en kijk naar de vlotte modieus gekapte vrouwen en mannen van het NBC-nieuws, druk gebarend achter hun desk. Ik begrijp alles wat ze zeggen. Ik kan alles volgen. Ja, het moet een kleine beroerte geweest zijn, een hele lichte. Ik vertel het Vera niet, ze zou zich maar zorgen maken.”

Deze gedachte is erg duidelijk en het bevat nog een relatie.
In het eind van het verhaal is het duidelijk dat zijn gedachtes in de knoop zitten:

Blz. 165: “en iemand zegt… fluisterend…de stem van een vrouw en je luistert…je luistert met gesloten ogen…luistert alleen maar naar haar stem die fluistert…dat het raam is gemaakt…dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd…dat daar nu weer glas zit…glas waar je doorheen kunt kijken…naar buiten…het bos in en de lente die bijna begint…zegt ze…fluistert ze…de lente die op het punt staat te beginnen…

Tijd

Het verhaal speelt zich gedurende eind winter af en het verhaal eindigt zo rond de komst van de lente. Dee vertelde tijd is dus vrij kort. Het boek bevat enorm veel flashbacks, weergegeven in herinneringen van Maarten. Heden en verleden wisselen elkaar regelmatig af.

Ruimte

Het verhaal speelt zich af in Gloucester in de Verenigde Staten. Binnen Gloucester verschilt de ruimte nog weleens. Meestal speelt het verhaal zich af in het huis van Vera en Maarten, maar dit kan wisselen met het strand en op het eind van het verhaal de inrichting.

Eindoordeel

Hersenschimmen is een bijzonder boek dat de lezer in zijn greep heeft. Het boek laat je nadenken en beleven hoe dementie zich kan ontwikkelen. Vanuit het perspectief van Maarten kun je lezen hoe hij de dingen die tegen hem gezegd worden opvangt. Dit is erg interessant. Ook door het vrij makkelijke taalgebruik leest het boek vlot, wat het lezen ook prettig maakt. Bovendien bevat het boek een enigszins open einde, waardoor de lezer zelf aan het denken gezet wordt. Dit geeft het verhaal ook een mysterieus accent.
Het enige nadeel voor mij is dat de kinderen van Vera en Maarten nooit fysiek voorbij zijn gekomen in het boek. Dit had ik wel leuk gevonden. Er wordt slechts over hen verteld in herinneringen.
Het boek bevat inderdaad, naar verwachting, vele beschrijvingen van gedachtes en het heeft me een goed kijkje gegeven in de ogen van een dementerend persoon met alle situaties er rondom. Al met al kom ik tot onderstaand eindoordeel op de oordeelbalk:


0

10

Bronvermelding:

  • http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/61735-boekverslag-hersenschimmen.html
  • http://www.scholieren.com/boekverslag/46933
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Hersenschimmen
  • http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/h/hersenschimmen/

donderdag 4 juni 2015

Betoog Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij door Multatuli

Max Havelaar van Multatuli, ook wel bekend met de ondertitel ‘De koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij’ is een bekende Nederlandse literaire klassieker dat tijdens de Romantiek geschreven werd door Multatuli, een pseudoniem van Douwes Dekker. Hij schreef Max Havelaar als een aanklacht tegen het misbruik van het cultuurstelsel, tegen herendiensten, en tegen plichtsverzuim door Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië. Tot Dekkers frustratie werd het werk als zodanig niet serieus genoeg genomen, maar het boek maakte van Multatuli meteen een bekende schrijver.

De Romantiek was een literaire stroming die ongeveer de eerste helft van de 19e eeuw in beslag nam. De Romantiek wordt vaak gezien als reactie op de Verlichting, doordat men het rationalisme en de wetenschap opzij zette en daarvoor in de plaats meer op gevoel gingen vertrouwen. Romantici waren niet tevreden met de politieke situatie toentertijd en zij probeerden  deze werkelijkheid dan ook te ontvluchten  door  terug te gaan naar het verleden,  het gevoel, de natuur, de fantasie, de intuïtie en het onverklaarbare en raadselachtige[1]Ook het exotische in vreemde landen speelden een grote rol tijdens de Romantiek.  Deze genoemde factoren spelen grote rollen in Romantische literatuur. Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij van Multatuli is representatief voor de Romantische literatuur.

Ten eerste brengt de titel van het boek een duidelijk Romantische literaire kenmerk met zich mee. Multatuli had verschillende redenen om voor de ondertitel te kiezen. Tijdens de 19e eeuw was het zeer gebruikelijk om een ondertitel te gebruiken en deze is gebruikt om de ironie van Multatuli naar voren te brengen. De lezer werd op het verkeerde been gezet en bleef met de vraag zitten of dit werk wel of geen fictie was. Zelfs Droogstoppel wordt erdoor misleid, aangezien hij schrijft dat het boek de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij zal gaan heten, een onderwerp zeer interessant voor hem.  Hij ontdekt gaandeweg dat het boek daar niet over gaat, maar tegen die tijd is hij al diep in het boek verstrikt. Ook lijkt het erop alsof Multatuli de lezer een keuze geeft een titel te kiezen. Is de lezer het eens met Max Havelaar en van mening dat er verandering moet komen, of wordt er voor de Handelmaatschappij gekozen, waarbij de Javaan wordt onderdrukt en uitgebuit?

Een ander duidelijke reden dat aangevoerd kan worden is het feit dat de natuur en het exotische een belangrijke rol speelt. De vlucht naar het exotische in het buitenland verwijst naar kenmerken van de Romantiek. Het grootste gedeelte speelt zich af in het buitenland, namelijk Nederlands-Indië. Het verhaal beschrijft de omgeving met de wildernis en de natuur. Een ander deel van het boek speelt zich af in Amsterdam. Hierdoor steekt de wilde natuur en het exotische extra af tegen het stadse. De natuur en het exotische in het buitenland was een belangrijk kenmerk van de Romantiek. De natuur komt erg duidelijk terug in hoofdstuk 17, waarin Saïdjah en Adinda een grote rol spelen in het verhaal. Ze hebben afgesproken bij de klappa-boom bij het djati-bos en Saïdjah zingt een lied:

“… Op de Klappa-boom. Hij stijgt, daalt, dartelt links en rechts. Hij draait om de boom…”
“….ik zit alleen bij het djati-bos…”

Tenslotte kan men niet ontkennen dat Havelaar een romantisch persoon is. Hij wilde zich wilde verzetten tegen de situatie in Nederlands-Indië. Deze ontevredenheid is typerend voor de Romantiek. In plaats van wegvluchten wilde Multatuli opstaan. Multatuli, gepersonifieerd als Max Havelaar wordt benoemd tot assistent-resident van Lebak en de situatie daar is heel slecht. Er heerst veel corruptie en armoede, inwoners worden uitgebuit en onderdrukt. Havelaar ziet zijn benoeming tot assistent-resident als een kans om Lebak te verbeteren en hij wil strijden voor rechtvaardigheid. Hij is een echte doorzetter en wil de situatie niet opgeven. In het eind van het boek neemt Multatuli (of beter gezegd, Douwes Dekker) het verhaal over van alle andere vertellers en hij schrijft een brief aan koning Willem III over de publicatie van zijn boek. Multatuli wilde gelezen worden, zodat lezers de situatie beter konden inzien.

Ondanks dat ik van mening ben dat Max Havelaar tot Romantische literatuur behoort, is er wel een reden te bedenken waarom het boek niet tot Romantiek zou kunnen behoren. Doordat het boek de maatschappelijke werkelijkheid zo duidelijk weergeeft, namelijk de situatie in Nederlands- Indië, zou men kunnen denken dat het boek tot het Realisme wordt gerekend. Het Realisme wordt juist gezien als een reactie op de Romantiek. Toch blijf ik van mening dat Max Havelaar duidelijk tot Romantische literatuur behoort.

Max Havelaar van Multatuli behoort dus tot de Romantische literatuur. De titel en ondertitel wijzen duidelijk op Romantische kenmerken. De natuur en het exotische in buitenland wordt sterk aangehaald gedurende het verhaal, wat zich kenmerkt voor de Romantiek. Bovendien is de hoofdpersonage, Max Havelaar zelf een romantische personage door verandering te willen inbrengen in de maatschappij.

Het boek is een echte aanrader voor lezers die geïnteresseerd zijn in de Nederlandse geschiedenis en zich willen inleven in de situatie vanuit verschillende perspectieven. Het boek biedt hier een goede mogelijkheid voor, doordat het verhaal bekeken wordt vanuit verschillende kanten en het door zoveel vertellers verteld wordt. Het boek zal echter niet erg interessant zijn voor lezers die meer van spannende boeken houden, aangezien het boek vooral in het begin moeilijk is om doorheen te komen en daarom wat saai kan zijn.

zaterdag 16 mei 2015

Betoog van Een reis door het Apenland door J.A. Schasz M.D.

‘Een reis door het Apenland’ door J.A. Schasz M.D. is een satire en tegelijkertijd een imaginair reisverhaal uit de 18e eeuw. Het verhaal wordt verteld door een reiziger die door vreemde omstandigheden in het Apenland terechtkomt. De lezer leest als het ware een reisverslag van het Apenland waarin de inwoners, de apen, mensen voorstellen.  Het reisverhaal werd een populair genre tijdens de Verlichting, waardoor mensen thuis kennis konden nemen van de buitenwereld.

De Verlichting was een tijd waarin men streed tegen religieuze en politieke onderdrukking. Doordat het verhaal geschreven is in een tijd waarin Nederland verwikkeld was in politieke twisten tussen patriotten en orangisten, is het verhaal hierop gebaseerd. Het hoofdthema van het verhaal is hoogstwaarschijnlijk ‘de ontmaskering van het schijn-Patriottisme’, waaraan direct toe te voegen is de ‘verdeeldheid onder de patriotten’. ‘Een reis door het Apenland’ van J.A. Schasz is representatief voor de Verlichtingsliteratuur om de volgende redenen.

Ten eerste is het duidelijk dat het verhaal een satire betreft, een genre waarin de kritiek op de samenleving geuit wordt. Dit is iets wat voorheen nog nooit verschenen zou worden. Het Apenland slaat op de Nederlandse maatschappij in de 18e eeuw. In het verhaal ontstaat er een kwestie over het niet of wel afhakken van de staarten van de apen. Hierbij ontstaan er verschillende leidersgroepen die de apen klakkeloos volgen. Dit terwijl het juist belangrijk werd gevonden tijdens de Verlichting om kritisch te blijven en niet de leiders klakkeloos te volgen. ‘Een reis door het Apenland’  geeft dit duidelijk weer in het verhaal met alle consequenties van dien, namelijk wanneer de apen spijt krijgen na de beslissing.

Ten tweede is er een duidelijk sociaalmaatschappelijk systeem te zien in Apenland. Alle inwoners, de apen, zijn niets meer dan een nummertje. Dit is erg opmerkelijk, de apen hebben geen namen of iets dergelijks. De Apenhoofden hebben de laagste nummers, wat aangeeft dat zij het belangrijkst zijn. Tijdens de Verlichting wilden de burgers zelf ook betrokken raken bij politiek en een grotere rol gaan spelen in de maatschappij. Door het gebruik van nummertjes komt dit extra naar voren dat de mensen allemaal gelijk zijn, dat de burgerij betrokken wilde worden bij het bestuur en dat elk mens een individu is.

Ten slotte past ‘Een reis door het Apenland’ goed in de Verlichting doordat het verhaal ook onder het genre ‘imaginair reisverhaal’ valt. Dit genre was erg populair tijdens de Verlichting, waarin de mens de mogelijkheid kreeg in aanraking te komen met buitenlandse gebieden. Verlichtingsidealen werden hiermee overgebracht door middel van een moraal. In het verhaal komt dit moraal duidelijk naar voren, namelijk dat men zelf moet denken en geen kuddegedrag moet vertonen.

Ondanks dat ‘Een reis door het Apenland’ naar mijn mening nog steeds duidelijk binnen de Verlichting is te plaatsen, is het wel opvallend dat het rationeel denken van de Verlichting niet helemaal aangemoedigd lijkt te worden in dit verhaal. In het eerste hoofdstuk van het verhaal is dit zichtbaar: ‘Door lang delibereren, alles verloren’. De hoofdpersoon komt hier voor de keus te staan wie hij moet redden van verdrinken: de dienstmaagd, de hond, zijn paard of zijn vrouw. Hij overweegt elke keus heftig en hij blijft erover twisten:

 ‘Aldus twistte ik meer dan een uur met mijzelf zonder te besluiten. Eindelijk stond ik op en liep naar de waterkant met het voornemen om de eerste, die mij een poot of een hand, een kop of een hoofd toestak, te helpen.’

Tot zijn grote verbazing zijn alle vier zijn dierbaren echter al verdronken door het lange denken. Dit wijst er dus op dat rationeel denken niet altijd de oplossing is, waarover men het wel eens was tijdens de Verlichting.


Kortom ‘Een reis door het Apenland’ is een verhaal dat binnen de Verlichting valt te plaatsen. Het verhaal betreft een satire, het verhaal gaat over betrokkenheid en gelijkheid in de maatschappij en bovendien is het verhaal ook een imaginair reisverhaal, allemaal kenmerken van de Verlichting. Ik zou het boek van harte aanbevelen aan lezers die van een kort verhaal houden met humor en fantasie en die geïnteresseerd zijn in het denken van de Verlichting. 

dinsdag 10 februari 2015

Renaissance verwerkingsopdracht

Schilderkunst

1.      In weelde siet toe (ca. 1670) -Jan Steen

Beschrijving schilderij

Er is een huishouden afgebeeld met een moeder die aan het slapen is (links), een losbandig echtpaar in het midden en kinderen die ieder hun eigen gangetje gaan. De kinderen maken muziek/lawaai en pakken zomaar dingen uit kastjes. Ook lopen er dieren los rond in het huis: links een hond op tafel, rechts een varken en in het midden staat een eend op de schouder van een man. Bovendien is het een puinhoop in het huis. Er heerst totaal geen orde in het huishouden, alles is ontregeld.

Normen en waarden, exempla contraria

In dit schilderij wordt er gebruikgemaakt van exempla contraria. Er wordt een ontregeld huishouden afgebeeld met alle gevolgen van dien. De mand aan het plafond voorspelt dat het niet goed gaat aflopen met dit gezin. In de mand bevinden zich een kruk, roe en een leprozenklepper. Het gezin staat straf, ziekte en armoede te wachten. Rechts brandt er een haardvuur, terwijl er niemand in het huis aanwezig is. Dit wijst op verspilling. De kruik op de voorgrond is naar voren gericht. Dit wijst op seksuele ontvankelijkheid. Met dit schilderij probeerde Jan Steen de mensen te beleren. Het is belangrijk het huishouden onder controle te krijgen en kinderen een goede opvoeding mee te geven.

Overeenkomst Bredero

In de liederen van Bredero wordt ook gebruikgemaakt van exempla contraria: de liederen gaan over gebeurtenissen die uiteindelijk een slechte afloop hebben. Het publiek wordt aangespoord bepaald gedrag achterwege te laten. Hierbij ging het om een dagelijkse setting. Dit is ook precies waar dit schilderij van Jan Steen over gaat: een dagelijkse gebeurtenis wordt weergegeven met alle gevolgen van dien.

 

2. Het oestereetstertje ( ca.1660) – Jan Steen

 

Beschrijving schilderij

Op dit schilderij staat een jonge vrouw met een fluwelen jas. De aanschouwer kijkt naar het schilderij door een raam. Ze draagt een diadeem en heeft roodkleurig haar. Op de tafel voor haar liggen oesters, een afgekloven brood en een schaal en een kan. Het tafelkleed op tafel is blauw. Achter het meisje staat haar bed met gesloten gordijnen en achter staat de keukendeur open. In de keuken staan een man en een vrouw nog meer oesters te bereiden.

Normen en waarden, exempla contraria

‘Het oestereetsteretje’  geeft de jonge vrouw weer als seksuele verleiding. Het meisje kijkt verleidend uit het raam. De aanschouwer wordt door het meisje uitgenodigd de liefde te bedrijven. Op de achtergrond staat immers het bed. Het rode haar van het meisje staat symbool voor een heks: het meisje heeft vast geen schone lei gehad. De oester wordt ook gezien als opwekker van seksuele lust. Het feit dat de oester geopend is, wijst op het oproepen van verlangen bij een man om met het meisje naar bed te gaan. Wellicht heeft Jan Steen het meisje uitgebeeld als prostituee. Dit schilderij heeft een moralistische bedoeling en wil men waarschuwen voor de gevaren van vrouwenlust en wellust.


Overeenkomst Bredero

In de werken van Bredero worden eveneens als in schilderijen van Jan Steen exempla contraria gebruikt om het publiek te beleren.  Bijvoorbeeld in het werk 'De klucht van de Molenaer' wordt naar voren gebracht dat de boer niet vreemd moet gaan met een logée afkomstig uit de stad. Hetzelfde principe wordt gebruikt voor het schilderij van Jan Steen waarin hij het publiek beleert door hun het gevaar te tonen van de vrouwenlust.  Net als het werk van Bredero wordt duidelijk gemaakt dat de mannen zichzelf moeten beschermen voor de vrouwenlust, omdat ze hier anders spijt van krijgen.

3.  Het dronken paar (1655-1665)- Jan Steen

Beschrijving schilderij

Op het schilderij is een dronken paar te zien. De vrouw is achterover in slaap gevallen tegen een lallende man aan. Op de achtergrond staan muzikanten grijnzend te kijken naar de persoon die de jas van de dronken man steelt, die niets door heeft. Op de voorgrond staat een kat. Boven de dronken man hangt een poster met een uil, een kaars en een bril met daaronder de tekst:  "Wat baeter kaers of bril als den uijl niet sien en wil", wat betekent: "wat heb je aan een kaars of aan een bril, als je zo blind bent als een uil?".  

Normen en waarden, exempla contraria

De uil stond symbool voor wijsheid, maar ook voor domheid en dwaasheid (omdat de uil duisternis verkiest boven licht). In dit schilderij slaat de uil duidelijk op het dronken paar. Dronkenschap werd gezien als nationale zonde in de 17e eeuw. Vele predikanten waren ervan overtuigd dat dronkenschap leidde tot onkuisheid. Op het schilderij is ook een open bed te zien, wat hier ook mee te maken kan hebben. Dit schilderij geeft het gedrag weer van een dronken man, die door zijn domme gedrag niet doorheeft wat er om hem heen gebeurt. Steen maakt hier eveneens gebruik van exempla contraria: men wordt aangespoord dit gedrag van dronkenschap achterwege te laten.

Overeenkomst Bredero

In het lied 'Boerengezelschap' van Bredero komen twee groepen plattelandsjongeren voor. Ze gaan flink stappen en worden dronken. Door hun dommige gedrag, omdat ze teveel hebben gedronken, komen ze in een ellendige situatie terecht. De vrolijke stemming verdwijnt en heeft een dodelijke afloop. Bredero ging er vanuit dat het publiek slimmer was dan de personages uit het lied en wilde hen gedragshandelingen tonen die tegen de waarden van het publiek ingingen om hen te beleren. Hij maakte  dus wel gebruik van exempla contraria. Het schilderij van Jan Steen heeft dezelfde boodschap. Deze twee werken zijn dus zeker overeenkomstig met hun moraal.